Wat drijft jou om bakker/patissier te worden? Waarom ben je het vak ingegaan?
‘Ik heb altijd al iets gehad met eten en met het creëren van mooie dingen. Het proces van niets naar een compleet, verfijnd eindproduct vind ik echt geweldig. Je begint met simpele grondstoffen en maakt daar iets van wat mensen blij maakt.
Wat mij drijft, is het streven naar perfectie. Ik wil elke dag een beetje beter worden, nieuwe dingen leren en mijn grenzen verleggen. En dat gevoel, als iets precies zo lukt als hoe je het voor ogen had – daar kan ik echt van genieten.’
Het lijkt me mooi een chef-rol te vervullen in een bedrijf dat goed bij me past”
Waar droom je van, waar wil je over vijf jaar staan?
‘Ik heb veel dromen en doelen. In de komende jaren wil ik vooral nóg beter worden in het vak. Wedstrijden helpen daarbij, omdat je jezelf dan echt uitdaagt en blijft ontwikkelen.
Op termijn lijkt het me mooi om een leidinggevende of chef-rol te vervullen in een bedrijf dat goed bij me past, waar kwaliteit, vakmanschap en creativiteit voorop staan. Maar bovenal wil ik trots kunnen zijn op wat ik maak.’
Kun je er een goed bestaan mee opbouwen?
‘Ja, absoluut. Er zijn tegenwoordig veel minder mensen die kiezen voor het bakkersvak en dat merk je aan het tekort aan goed personeel. Dat maakt dat er juist veel kansen liggen.
Het is natuurlijk een fysiek zwaar beroep en de werktijden zijn niet altijd ideaal, maar als je gemotiveerd bent en bereid bent hard te werken, kun je er zeker een goed bestaan mee opbouwen. En eerlijk gezegd: als je doet wat je echt leuk vindt, voelt het vaak niet eens als werken.’

Wat vind je leuk en minder leuk aan het beroep?
‘Wat ik het mooiste vind is dat je iets maakt wat mensen raakt. Iets dat er prachtig uitziet en geweldig smaakt. Ik geniet van het proces, van het afwegen en mengen tot het decoreren en afwerken. En vooral van het moment waarop je denkt: ja, dit is precies goed. Ik hou ervan om steeds nét dat stapje verder te gaan. Om te kijken hoe het nog beter, strakker of verfijnder kan.’
‘Minder leuke kanten? Die zijn er eigenlijk niet echt voor mij. Natuurlijk, het is soms zwaar werk en je moet vroeg je bed uit, maar dat hoort erbij. Als je echt van het vak houdt, doe je dat met liefde.’
Hoe zouden werkgevers het beroep aantrekkelijker kunnen maken?
‘Ik denk dat het vooral belangrijk is dat werkgevers jong talent blijven uitdagen. Geef mensen de ruimte om te leren, te experimenteren en om fouten te maken. Laat ze meedenken over nieuwe producten, smaken of presentaties.
Daarnaast helpt het enorm als er binnen een team een positieve sfeer is, waar iedereen elkaar iets gunt en motiveert. En misschien nog wel het belangrijkste: laat zien hoe mooi dit vak is. Als jongeren zien wat je allemaal kunt bereiken binnen de patisserie, worden ze vanzelf enthousiast.’
Hoe heb je de werkdruk ervaren tijdens de vakwedstrijden?
‘De werkdruk was behoorlijk hoog, maar dat vond ik juist mooi. Ik heb ontzettend veel getraind en er veel tijd ingestoken. Dat gaf me juist energie, want je merkt dat je steeds beter wordt. Natuurlijk heb je momenten dat je er even doorheen zit, maar juist dan leer je om door te zetten. Ik heb er niet alleen veel van geleerd, maar er ook echt veel plezier in gehad.’

Had het nut dat de wedstrijdopdracht gelijk liep met het studiejaar?
‘Zeker. Het was superhandig dat de opdrachten van school en de wedstrijd op elkaar aansloten. Ik kon veel van dezelfde producten gebruiken, wat tijd scheelde. Daardoor kon ik me echt focussen op de kwaliteit en de details in plaats van op een dubbele voorbereiding.’
Hoe belangrijk is de steun van school geweest?
‘School heeft me echt de ruimte gegeven om te trainen en te groeien. De begeleiding van de docenten was goud waard, vooral mijn docent Martien Verheijen heeft me ontzettend geholpen. Hij was altijd betrokken, gaf eerlijke feedback en dacht echt met me mee. Zonder die steun had ik dit nooit kunnen bereiken.’
Hoe belangrijk was de steun van je werkgever?
‘Bij Patisserie De Rouw kreeg ik alle kansen om me voor te bereiden. Ik mocht materialen gebruiken, vragen stellen, ideeën bespreken en kreeg altijd eerlijke feedback. Dat is heel waardevol, want je leert daar op een hoog niveau werken. Het team daar heeft me echt geholpen om mijn producten naar een hoger niveau te tillen.’
Welk voordeel heeft de werkgever bij vakwedstrijden, volgens jou?
‘Ik denk dat het voor een werkgever ook veel oplevert. Iemand uit het team die meedoet aan zo’n wedstrijd, neemt nieuwe kennis, technieken en inspiratie mee terug de werkvloer op. Dat werkt aanstekelijk, niet alleen voor jezelf, maar ook voor collega’s.
Daarnaast laat het zien dat het bedrijf investeert in jong talent en vakmanschap serieus neemt. Dat straalt professionaliteit uit, en dat merken klanten ook. Uiteindelijk win je er samen mee.’











