SER komt met advies voor grenswaarde meelstof

Extra maatregelen om blootstelling aan meelstof verder omlaag te brengen, blijven nodig. Dat blijkt mede uit het jongste advies van de SER-subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek (GSW), waarbij ook Veilig en Gezond werken in het bakkersbedrijf is betrokken.
Meelstof kan zorgen voor allergieën en uitval van medewerkers. Foto: Shutterstock

Het is even een technisch verhaal: de SER-subcommissie adviseert een grenswaarde van 4 milligram inhaleerbaar meelstof per m3 lucht als gemiddelde concentratie in de lucht, over een achturige werkdag (4 mg/m3 TGG-8uur). Dit heeft de commissie in een brief aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geschreven.

Uitgangspunt voor dit advies is het rapport Gezondheidsraad van 16 juni 2016 over meelstof van fijngemalen en gepelde sojabonen. Hierin beveelt de Gezondheidsraad een referentiewaarde aan voor beroepsmatige blootstelling aan stof afkomstig van fijngemalen en gepelde sojabonen, van 0,1 microgram soja-eiwitantigeen per m3 lucht als een gemiddelde concentratie over een achturige werkdag (0,1 µg/m3 TGG-8uur).

Luchtwegaandoeningen

Sojameel ontstaat na het pellen en fijnmalen van sojabonen. Daarin zitten allergenen. Blootstelling aan deze allergenen door inademing van sojameelstof kan uiteindelijk leiden tot chronische allergische luchtwegklachten, rhinitis en beroepsastma.
Luchtwegaandoeningen die ontstaan door het inademen van sojameelstof leiden relatief vaak tot uitval. Omscholing is dan noodzakelijk. Dit is met name een risico voor werknemers in (banket)bakkerijen en sojameel producerende of verwerkende bedrijven. Vooral bij bulkverwerking van sojabonen worden zeer hoge blootstellingniveaus aangetroffen.

Eén grenswaarde, die  voor alle sectoren

Dat is de basis. Om de situatie werkbaar te maken kiest de subcommissie GSW in haar advies voor één grenswaarde voor alle sectoren: een grenswaarde voor meelstof in plaats van een grenswaarde voor soja-allergenen. Het uitvoeren van metingen is door deze keuze gemakkelijker en minder kostbaar.

Al langer wordt de blootstelling aan meelstof in de bakkerijsector door Veilig en Gezond werken in het bakkersbedrijf aan de orde gesteld. Blootstelling aan soja-allergenen is daarbij niet het meest heikele punt, legt coördinator Tineke Rens van Veilig en Gezond uit. Daarom wordt gekozen voor de brede term meelstof.

Rens: ‘Uit metingen blijkt dat in de bakkerijsector de blootstelling aan soja-allergenen over het algemeen zeer laag is met uitzondering van enkele situaties waarin geconcentreerde mixen of 100% soja wordt gebruikt. De grenswaarde voor tarwemeelstof van 1,2 mg/m3  is nu al verplicht. Als je je in de bakkerijsector aan die grenswaarde houdt, dan is de kans dat je de grenswaarde voor sojameelstof overschrijdt minimaal. ’

Overigens wordt de grenswaarde voor meelstof meestal  nog overschreden, constateert zij. ‘Extra maatregelen om blootstelling aan meelstof verder omlaag te brengen, blijven nodig.’

Over drie jaar nieuw advies

Enkele sectoren zijn volgens de SER-subcommissie (de bakkerijsector en Nevedi) nu al in staat aan een lagere grenswaarde te voldoen (1,2 mg/m3 TGG-8uur). De commissie beveelt sterk aan om deze lagere waarde in de arbocatalogus en/of Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) op te nemen.

Afgesproken is om over drie jaar opnieuw te kijken naar:

  • de mogelijkheid voor een lagere wettelijke grenswaarde (1,2 mg/m3 TGG-8uur);
  • welke stappen bedrijven hebben gezet richting de advieswaarde van de Gezondheidsraad;
  • wanneer de haalbaarheidstoets herhaald zou moeten worden.

De subcommissie benadrukt verder in haar advies het belang van deskundige monitoring en etikettering met informatie over het gehalte (soja)allergenen in preparaten. Ze spreekt zich tot slot uit voor de invoering van een gezondheidsbewakingssysteem en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bij taken die gepaard gaan met kortdurende hoge blootstellingen.

RI&E en Arbocatalogus

Elke werkgever moet een Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) hebben om de veiligheids- en gezondheidsrisico’s van het bedrijf in kaart te brengen en aan te pakken. Dat geldt ook voor werkzaamheden waarbij er risico’s zijn op blootstelling aan soja-allergenen. De Subcommissie GSW adviseert bedrijven en sectoren daarnaast om de grenswaarde voor sojameel ook op te nemen in de arbocatalogus.

In het plan van aanpak benoemen werkgevers welke maatregelen zij nemen om het werk zo gezond en veilig mogelijk te maken.