blog

Business as usual is zwaktebod

Strategie 183

Business as usual is zwaktebod

Enige tijd geleden verscheen er een artikel in de NRC met de kop ‘Dagelijks brood warmt de aarde op’. Het artikel omschreef de resultaten van een Britse studie naar de CO2-voetafdruk van brood. Met name het kunstmestgebruik bij de teelt van graan en het productieproces in de bakkerij blijken van grote invloed op de CO2-voetafdruk van brood.

In hetzelfde artikel werd de CO2-voetafdruk van brood vergeleken met die van andere voedingsmiddelen. Het is geen verrassing dat dierlijke producten zoals kaas, vlees en eieren een veel grotere CO2-voetafdruk hebben dan een plantaardig product als brood. De CO2-voetafdruk is echter niet het gehele verhaal. In de totale milieu-impact van brood zijn andere factoren van vergelijkbaar of zelfs groter belang dan klimaatverandering. Denk aan bodemverzuring, watervervuiling, waterverbruik en bezetting van landbouwgrond.

De conclusie dat dierlijke producten het milieu het zwaarst belasten blijft desalniettemin overeind. Dit blijkt ook uit een uitgebreide analyse van het RIVM naar de milieu-impact van ons voedsel (RIVM 2016-0074). Zoals wel vaker het geval met krantenkoppen, schetste de kop van het artikel een negatiever beeld dan de werkelijkheid. Terecht dus dat het Voorlichtingsbureau Brood op haar website een artikel plaatste om een en ander in perspectief te plaatsen.

Wat bij mij knaagt is de ‘niets-aan-de-hand’-toon die doorklinkt als ik hierover spreek met sommige branchecollega’s. Uiteindelijk is de maatschappelijke uitdaging waarvoor we staan zo groot, dat geen enkele sector door kan gaan met ‘business as usual’. Het blijven wijzen naar het stoutste jongetje van de klas vind ik daarom een zwaktebod. Zeker zolang er nog genoeg te verbeteren valt.

Het RIVM-onderzoek geeft goed inzicht in de belangrijkste knoppen waaraan we kunnen draaien om ons dagelijks brood (nog) duurzamer te maken. Kort samengevat is dat het verduurzamen van intensieve graanteelt (onder andere minder kunstmestgebruik) en het verminderen van de CO2-uitstoot door de bakkerij. Daarnaast – en om te beginnen – moet de verspilling van meel en brood in de gehele keten drastisch omlaag. Bij maalderijen gaat circa 25 procent van de tarwe verloren voor menselijke consumptie en 15 procent tot 30 procent van het totale productievolume aan brood wordt niet opgegeten. Zeker de helft hiervan wordt zelfs niet als veevoer gebruikt. Er is dus nog genoeg te doen voordat we ons dagelijks brood volmondig duurzaam kunnen noemen. Dat we hier voor een grote uitdaging staan, is duidelijk. Erkenning is het begin van de oplossing.

Reageer op dit artikel