artikel

Wanneer heb ik mijn investeringen terugverdiend?

Strategie 342

Bij investeringen in winkel of bakkerij gaat het volgens Jan Buitelaar van Resultsplus vaak om grote bedragen. Welk bedrag is beschikbaar? Wat is noodzakelijk en welke zaken zou u graag willen, maar zijn niet noodzakelijk? Bij investeringen moet altijd gelden, dat ze op redelijke termijn moeten worden terugverdiend.

Wanneer heb ik mijn investeringen terugverdiend?

Deze week had ik een boeiende discussie met een interieurbouwer. Mijn stelling: ‘Winkels gaan commercieel steeds korter mee, dus de terugverdientijd moet korter worden.’ Praktisch betekent dit, dat de investering lager moet uitvallen. Naar zijn mening waren lagere investeringen niet mogelijk. Niet zozeer omdat het praktisch niet mogelijk zou zijn om een goedkopere winkel neer te zetten, maar zijn probleem zat ‘in het hoofd’ van zijn klant. In het verleden en ook nu nog worden er winkels neergezet die het bedrag van €200.000 soms te boven gaan. Technisch gezien gaat zo’n winkel tien jaar en soms zelfs langer mee.

Commercieel wordt de levensduur van een winkel steeds korter. De marktomstandigheden veranderen snel en aanpassen is dan noodzakelijk om de omzet op peil te houden. Bij een belangrijk lager investeringsbedrag moeten concessies worden gedaan aan kwaliteit. Het is net als bij een auto: een Audi heeft een andere kwaliteit dan een Škoda. Beide goede auto’s, maar in afwerking en in gebruik van materialen zijn er grote verschillen. Kwaliteit heeft ook daar een prijs. Het plaatsen van een goedkopere winkel houdt dus in dat er andere keuzes worden gemaakt. De winkel gaat dan technisch niet langer dan tien jaar mee, maar bijvoorbeeld slechts vijf jaar. Dat is waar de schoen wringt. De klant betaalt minder, maar verwacht voor die lagere prijs wel dezelfde kwaliteit. Twee zaken die niet met elkaar verenigbaar zijn.

Hoe zat het ook al weer?

Uitgangspunt: een winkel met een procentomzet van €10.000 inclusief btw per week. Een brutowinst van 74 (inkopen 26 procent). Overige variabele kosten 7,5 procent. De investering in bouwkundige voorzieningen bedraagt €50.000. De investering in de inventaris €125.000. Met welk bedrag moet de omzet omhoog om deze investering uit te voeren zonder resultaat in te leveren? In dit voorbeeld (zie tabel) gaan we ervan uit dat de investeringen uit het verleden inmiddels helemaal zijn afgeschreven.

Ingevuld levert de formule de volgende uitkomst op: €34.375 / (1-0,26-0.075) = €52.000 (afgerond). Houden we ook nog rekening met de btw, dan zou de omzet €1050 moeten stijgen naar ruim €11.000 per week. Dat is een stijging van 10 procent.

Een investering in bouwkundige voorzieningen van €35.000 en €75.000 zou leiden tot een benodigde meeromzet van €650 per week. Wordt de meeromzet niet of maar ten dele gerealiseerd, dan komen de kosten ten laste van het resultaat. Het rendement op het geïnvesteerde (eigen) vermogen neemt hiermee af. Probeer dus een juiste inschatting te maken van de meeromzet die een verbouwing gaat opleveren. Soms is daar geen zicht op, maar moet de investering worden gedaan om de omzet op peil te houden. Dan moet met een zo laag mogelijke investering een zo groot mogelijk effect worden bereikt. Dat kan impliceren dat de winkel niet zo lang meegaat als u gewend was. De ‘pijn’ in de portemonnee blijft dan evenwel binnen de perken.

Twijfelt u over de haalbaarheid van een voorgenomen investering? Ik reken het graag voor u door.

Reageer op dit artikel