nieuws

Boeiende bijeenkomst jarig Genootschap over granen

Nieuws 613

Graan. Het is de belangrijkste grondstof in de bakkerij. Door in de keten meer grip te krijgen op deze grondstof, kunnen bakkers onderscheidend vermogen creëren. Samenwerken op lokaal niveau met akkerbouwers, daarmee kan je als ondernemer het verschil maken.

Boeiende bijeenkomst jarig Genootschap over granen

Dat bleek dinsdag 5 februari ook tijdens de bijeenkomst van het jarige Genootschap voor de Bakkerij. De vereniging, die dit jaar tachtig jaar bestaat, organiseerde een bijeenkomst bij Bakkerij Van Vessem in Haarlem, die in het teken stond van het jaarthema ‘Grip op je grondstoffen’. Graan was het thema van deze eerste bijeenkomst in de serie.

Jos Huijbregts gastheer

Jos Huijbregts, eigenaar van Bakkerij van Vessem, neemt de trofee voor Duurzaamste Bedrijf  in ontvangst. Foto: gemeente Haarlem

Gastheer was Jos Huijbregts, eigenaar van bakkerij Van Vessem. Niet geheel toevallig natuurlijk, want Huijbregts werd vorig jaar uitgeroepen tot het Duurzaamste Bedrijf van Nederland in 2018. De inspirerende ondernemer gaat bewust om met voeding en hij voelt zich verantwoordelijk voor de volgende generaties. Die moeten volgens hem ook op een gezonde manier brood kunnen eten in een fijne omgeving.

Haarlemmermeer-brood bij Van Vessem.

 

Voedsel veroorzaakt veel CO2-uitstoot bij de teelt en het vervoer. Huijbregts gebruikt alleen pure ingrediënten, het liefst zoveel mogelijk uit de streek. Daar haalt hij ook het graan vandaan voor zijn in de wijde omtrek bekende Haarlemmermeerbrood. Daarnaast betrekt hij zijn grondstoffen van Zeelandia en Waddenmolen, met wie hij regelmatig in gesprek is om de producten nog duurzamer te maken.

Consumenten denken vaak dat duurzaam duur betekent

Van Vessem is een inspirerend voorbeeld voor andere bedrijven, maar Huijbregts zit af en toe best  in zijn maag met het predikaat Duurzaamste Bedrijf. Dat stak hij gisteren niet onder stoelen of banken. Hij vertelde de ruim veertig leden van het Genootschap die in de Ont moeting in Haarlem bijeenkwamen, dat hij merkt dat hij sinds hij de prijs kreeg, klanten verliest.

‘Klanten verloren door predicaat duurzaamst’

‘Ik mag dan wel het meest duurzaam zijn, maar voor veel consumenten betekent duurzaam helaas duur. Dat is jammer genoeg de beleving. Mijn verhaal is ‘Ons graan (transparante keten) is jouw brood (meerwaarde) en meer waarde is meer aarde… vooral dus voor de toekomst. Als we daarin nu investeren dan wordt het uiteindelijk weer goedkoper. Maar de uitdaging is hoe je dat vermarkt. Het hogere doel is een betere wereld, maar hoe krijg je dat over de buhne? Het zou mooi zijn als er een CO2-tax zou komen’, meent Huijbregts.

‘De andere kant is, dat ik nog nooit zoveel sollicitaties heb gehad als de laatste tijd’, aldus de ondernemer. ‘Er zijn heel veel mensen die graag hier willen merken, omdat ze achter mijn filosofie staan.’ Volgens de toehoorders komt het ook wel goed met het klantenbestand van Van Vessem, maar heeft het even tijd nodig voordat de juiste consumenten de weg naar de bakkerij (weer) weten te vinden.

‘Je zult vanzelf zien dat als jij je eerlijke verhaal blijft vertellen, die bewuste consument ook voor jou kiest. Het is een kwestie van tijd.’

‘Doe wat je zegt, dat wekt vertrouwen’

Het team Lamers: Dennie en Harm (boven), Melvin, Lizzy, Ilse, Bart en Albertine (vlnr).
Foto: FB

De consument wil immers steeds vaker weten hoe en waar zijn voedsel wordt gemaakt. Hij wordt zich bewuster van het effect van zijn voedselkeuze op zijn gezondheid en het milieu. En bovenal is hij op zoek naar lekkere, authentieke producten die vakmanschap uitstralen. Deze ontwikkelingen bieden uitdagingen, maar bovenal ook kansen voor zowel grote als kleine bakkerijen.

Dat merkt ook Harm Lamers van De Bakkers Lamers, gisteren ook één van de sprekers tijdens de bijeenkomst in Haarlem. Lamers gaf aan naast lokaal graan ook te kiezen voor een Amerikaanse bloem, omdat hij die nu eenmaal erg lekker vindt. En dat kan hij goed uitleggen aan zijn klanten.

Volgens Lamers is het voor bakkers heel belangrijk dat het verhaal wat ze vertellen, ook klopt. ‘Als je doet wat je zegt, wekt dat vertrouwen. De tijden veranderen en mensen gaan steeds bewuster met hun voeding om. Wij moeten daarin meebewegen. Duurzaamheid en transparantie doen er echt toe. Je maakt het verschil door je te onderscheiden. Wij werken heel lokaal met leveranciers uit de regio en ook met Koopmans Meel in Leeuwarden. We weten wat we krijgen en kunnen dat ook aan onze klanten vertellen.’

Natuurlijk zitten er ook risico’s aan het lokaal betrekken van je producten. Lamers herinnert zich nog de tijd dat de boer waar hij zijn melk haalde de koeien op stal moest houden, vanwege de Tsjernobyl-ramp. ‘Daarom is communicatie ook het allerbelangrijkste. Daar besteden wij heel veel geld aan.’

Vakman en pionier Tom van Otterloo uit De Steeg en Arnhem.

Fietstocht organiseren door de graanvelden

Dat consumenten het waarderen als de bakker zijn grondstoffen van dichtbij haalt, weet Tom van Otterloo als geen ander. Als lid van het Genootschap, vertelde hij de toehoorders dat hij al vijftien jaar samenwerkt met een akkerbouwer in de buurt. ‘Mensen vinden dat leuk. Willen dat graag weten. Nog voordat het graan van het land af is, willen de mensen al weten wanneer het brood te koop is. Je kunt bijvoorbeeld ook een fietstocht organiseren langs de graanvelden. Dat werkt echt.’

Lokaal is de trend. Dat is wel duidelijk, maar tijdens de bijeenkomst van het Genootschap werd niet alleen stilgestaan bij lokale producten, maar werden ook de ontwikkelingen op de wereldmarkt besproken. Chris Hollebeek van Cargill gaf zijn perspectief op de belangrijkste trends en wereldwijde ontwikkelingen in de graansector.

Koopmans Meel haalt tarwe van dichtbij

Bauke Wierda van Koopmans Meel deed datzelfde voor de lokale, Nederlandse markt. ‘Waarom zou je tarwe van ver halen, als je het ook dichtbij kunt verbouwen? Met dat idee sloegen Koopmans Koninklijke Meelfabrieken, Hoogland BV, VanDijke Semo en Stichting Veldleeuwerik eind 2012 de handen ineen’, vertelt Wierda de leden van het Genootschap.

Met subsidies startten de vier partijen een ketensamenwerking waarin tarwe duurzaam en lokaal wordt geteeld, verwerkt én verkocht. De vier bedrijven vormen elk een schakel in de keten. Stichting Veldleeuwerik helpt akkerbouwers bij het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. VanDijke Semo onderzoekt welke tarwerassen het meest geschikt zijn voor teelt op Nederlandse bodem en adviseert boeren hierover. Boeren bestellen vervolgens hun zaaizaad bij Hoogland BV, waar ze ook terecht kunnen voor advies over bemesting en gewasbescherming. Vervolgens reinigt, maalt en zeeft Koopmans Meel de tarwe, om deze vervolgens te leveren aan bakkers in de omgeving.’

‘Wij hebben ingezet op het herstel van de relatie akkerbouwer-bakker’, gaat Wierda verder. En op het gegeven dat steeds meer consumenten antwoorden op hun vragen willen hebben: waar komt het vandaan en hoe is het geproduceerd? Dat brengt ook waarde terug in de keten. En daarvoor is transparantie vereist.’

De vraag naar Nederlandse bloem groeit, aldus Wierda. ‘We gaan dit project verder uitbreiden. Regionaliteit en tansparantie spelen in op de vragen van de consument. En lokale teelt betekent minder CO2-uitstoot. Dat draagt bij aan duurzaamheid, aan meerwaarde in de keten.’

Hotspots in beeld gebracht door de WUR.

WUR-onderzoeker: Graan is een complexe keten

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het lastig om de laatste schakels van de keten, de retail en de groothandel, bij het duurzaamheidsproject te betrekken. Dat onderschreef Koen Boone van  Wageningen Universiteit.

‘Er zijn honderden duurzaamheidsinitiatieven, waardoor deze schakels vaak de door bomen het bos niet meer zien. Daarom hebben wij nu wereldwijd één geharmoniseerd systeem ontwikkeld. Doel is de winst in de keten te vinden. Waar zitten de duurzaamheidsvraagstukken: bij de boer, de bakker of Cargill? Wat zijn de zogenoemde hotspots en hoe meet je duurzaamheid dan?’

‘Graan is een complexe keten, waarin veel stappen zitten. Granen worden uit verschillende gebieden bij elkaar gebracht en weer gescheiden. Het is moeilijk dat in kaart te brengen. Uit ons onderzoek bleek ook dat er weinig informatie is vanuit de akkerbouwer, terwijl dat er wel is bij de maalderijen en de bakkers. En dat terwijl de meeste winst te halen is op boerderijniveau. Bakkers en akkerbouwers zouden veel meer met elkaar moeten samenwerken, maar het lastige is, dat ze een verschillende taal spreken.’

Foto's

Reageer op dit artikel