nieuws

Ingezonden brief: ‘Beko moet van de bakkers blijven’

Nieuws 2811

Niek de la Haije heeft enkele maanden geleden zijn voorzitterschap van Beko Coöperatie neergelegd. De organisatiestructuur bij Beko en de dreiging dat de leden-bakkers de macht over hun eigen vereniging zouden verliezen, is voor hem reden aan de bel te trekken. Dat doet De la Haije via deze ingezonden brief, die Bakkerswereld integraal publiceert.

Ingezonden brief: ‘Beko moet van de bakkers blijven’
Niek de la Haije, ex-voorzitter Beko Coöperatie

Geachte leden van Beko, beste collega’s,

Sinds een aantal maanden heb ik het voorzitterschap van Coöperatieve Verenging Beko neergelegd. Sindsdien doen daarover in de branche veel verhalen de ronde, waarbij mijn naam in een volstrekt verkeerd daglicht wordt gesteld. Ik voel dan ook de behoefte om via deze brief een aantal zaken recht te zetten en te verduidelijken.

In november 2015 ben ik als lid van Beko door Kees Verkerk benaderd om voorzitter te worden van deze coöperatieve verenging. Al snel werd me duidelijk waarom niemand van het bestuur de rol van het voorzitterschap op zich wilde nemen. Er was een machtsstrijd gaande tussen de Raad van Commissarissen (RVC) die samen met de ledenraad (waarover de RVC macht uitoefende) tegen het hoofdbestuur samenspande. Ik kwam in een situatie terecht die ik zwaar onderschat heb.

Alle verstandhoudingen binnen Beko waren verstoord. De werknemers van Beko stonden op hun achterste benen, wat zich manifesteerde in de slechte relatie met bestuur, RVC en  ondernemingsraad.

De RVC had een nieuwe organisatiestructuur onder de naam ‘Het Visionaire Model’ (het zogenoemde Angelsaksische bestuursmodel) voor ogen. Het bestuur en de RVC zouden in dit model opgaan in een adviesraad. Die raad zou niet alleen meer toezichthoudend zijn, maar ook gaan besturen.

De voorzitter van de RVC wilde hiervan ook voorzitter worden. Ik vond dat een verkeerde ontwikkeling. In dit nieuwe bestuursmodel dreigde dat de macht van de Beko niet meer bij de bakkers zou liggen, maar in handen zou komen van de Adviesraad/RVC. Mijn overtuiging was en is dat Beko behouden moet blijven voor de bakker.

De bestuursleden heb ik kunnen bewegen zich achter mijn standpunt te scharen. Het bestuur heeft, na zorgvuldige juridische afwegingen, op 5 september 2016 een ledenraadsvergadering bijeengeroepen met één agendapunt: het ontslaan van de RVC. In die vergadering gaf de ledenraad aan daarmee akkoord te zijn. De RVC besloot hierop terug te treden. Beko was weer van en voor de bakker.

De ondernemingsraad kon zich vinden in deze besluiten en wij waren in staat de ondernemingsraad het bestuursbeleid duidelijk maken, waardoor ook deze verhoudingen weer gerepareerd werden.

Door de hieraan voorafgaande strijd tussen de RVC/ledenraad versus hoofdbestuur waren de leden van het  hoofdbestuur een enorme hechte eenheid. Daar werd (gedwongen een nieuwe voorzitter (in mijn persoon) aan toegevoegd. Dat leverde uiteindelijk frictie op. Zo werd de agenda voor de bestuursvergadering in het begin nog wel met mij – de voorzitter – afgestemd, maar later stelde de secretaris die op. Vóór de bestuursvergaderingen hadden de ‘langst zittende bestuursleden’ de agendapunten al besproken en afgestemd.

Er werd een coöperatiedirecteur aangesteld, die hierbij ook bestuurslid werd. Hierdoor kwam mijn positie nog meer onder druk te staan.

Er werden in het bestuur zaken voorgesteld waar ik mij soms helemaal niet in kon vinden. Bovendien was ik, in tegenstelling tot de ‘langst zittende bestuursleden’, van mening dat een deel van de bestuurszaken extern mocht worden besproken om draagvlak in de ledenraad te krijgen.

Wij staan immers voor hetzelfde doel. Ook de voorzitter van de ledenraad merkte op dat de secretaris te veel macht bezat met de daaruit voortvloeiende manipulaties. Op diverse momenten hebben wij gepoogd deze situatie te veranderen. Dat lukte niet.

In september 2017 deed het bestuur voorstellen die zo omvangrijk waren, dat ik vond dat de ledenraad hiervan in kennis zou moeten worden gesteld. Het ging onder meer om een grote investering. Statutair was het bestuur ook verplicht deze investering voor te leggen aan de ledenraad. Er werd een truc toegepast: het bestuur vormde de investering om en de betrokken persoon zou daarvoor in de plaats (zeer dure) arbeid voor enkele jaren gaan leveren. Daarvoor was immers geen instemming van de ledenraad nodig.

Ook bleek mij dat de reglementen en de beslissingsbevoegdheden van het bestuur dusdanig dreigden te worden aangepast, dat daardoor de positie van de ledenraad zou worden verslechterd. Het handelen van het hoofdbestuur en de secretaris dreigde in mijn optiek strijdig te worden met het belang van de leden. Uiteindelijk heb ik met de toenmalige voorzitter van de ledenraad het initiatief genomen om dat aan de ledenraad kenbaar te maken.

De ‘langst zittende bestuursleden’ kwamen met de coöperatie directeur in actie: met een aantal wat grotere leden kregen zij het, naar mijn beleving, voor elkaar de ledenraad zo te bewerken dat mij is gevraagd terug te treden. De voorzitter van de ledenraad werd gevraagd toe te treden tot het bestuur. Zijn steun aan mij viel toen weg. Eerdaags zal aan de leden worden gevraagd deze benoeming te bekrachtigen.

Ik kan u verzekeren dat deze bestuursperiode een slechte ervaring voor mij is geweest. Weggestuurd te worden door een groep mensen voor wiens belang ik heb gestaan en voor wie ik me hard heb gemaakt, met wie ik de strijd ben aangegaan. Die keren zich tegen je vanwege het pluche en eigenbelang.

Beko is een coöperatieve vereniging van ambachtelijke bakkers. Zij is meer dan 50 jaren geleden door de ambachtelijke bakkers opgericht met als doel gezamenlijk in te kopen, waardoor lagere inkoopprijzen kunnen worden bedongen. De praktijk is anders: er worden overbodige kosten gemaakt en in de top van de organisatie buitensporige salarissen uitbetaald. Die komen terug in de eindprijs van het product. Het is de bakker die dit handelen moet betalen. Bij ongewijzigde aanpak zie ik hetzelfde met Beko gebeuren als wat met Meneba in de jaren 60 is gebeurd: een uitkoop van de leden en verzelfstandiging van het bedrijf.

Dat wens ik én de ambachtelijke bakkers én Beko niet toe.

Met vriendelijke groet,

Niek de la Haije, ex-voorzitter

Reageer op dit artikel