nieuws

Aangepast Warenwetbesluit: gevolgen kleinbrood en vruchtenbroden

Nieuws 1189

De aanpassing van het Warenwetbesluit heeft ook gevolgen voor kleinbrood en de hoeveelheid vruchten in krenten- of rozijnenbrood en -bollen. De aanpassing is op 1 oktober ingegaan en moet uiterlijk 1 oktober 2018 zijn doorgevoerd.

Aangepast Warenwetbesluit: gevolgen kleinbrood en vruchtenbroden
Het aangepaste Warenwetbesluit heeft ook gevolgen voor de hoeveelheid vruchten in krenten- of rozijnenbrood en stollen.

Het aangepaste Warenwetbesluit hanteert een nieuwe definitie van brood en volkoren. Ook is er gekeken of de wettekst eenvoudiger kon. Daarom zijn oude benamingen geschrapt, zoals gries en grutten. Daarnaast is de drogestof-eis voor kleinbrood vervallen, meldt de NBOV in haar ledenblad BakkersZaken.

Drogestof-eis kleinbrood vervalt

Het oude Warenwetbesluit bevatte drogestof-eisen voor kleinbroodsoorten, zoals de fluit en de dubbele kadet. Deze benamingen zijn verouderd en daarom is de wet aangepast. In de nieuwe regeling mogen alle soorten kleinbrood per stuk of aantal stuks verkocht worden, ook als ze worden aangeduid als bolletje, broodje, kadertje, puntje of mini.

De normen voor droge stof die aan deze aanduidingen waren gekoppeld, vervallen. Dit geldt ook voor de kleinbroodsoorten die buiten de benamingen vielen. Daarnaast is de drogestof-eis voor groot en klein stokbrood vervallen. Daardoor kunt u voortaan stokbroden van een afwijkend formaat in uw assortiment opnemen.

Vruchtenbrood en stollen

Voor krenten- en rozijnenbrood was al een minimaal vruchtgehalte van 30 procent vastgelegd. In het aangepaste Warenwetbesluit geldt deze eis ook voor krenten-rozijnenbrood, rozijnen-krentenbrood en de bollen daarvan. Hierdoor krijgt de consument waar voor zijn geld en hoeft hij niet te zoeken naar de krenten en/of rozijnen.

Wanneer in de naam van bijvoorbeeld een stol wordt vermeld dat het een krenten- of rozijnenstol is, moet op het etiket het percentage krenten of rozijnen worden vermeld. Dit geldt ook als de nadruk wordt gelegd op andere ingrediënten, zoals roomboter of amandelspijs: er moet worden vermeld welk percentage er van deze ingrediënten in het product zit.

Koppeling zoutgehalte aan kleinbrood en vruchtenbroden

Van de grondstofleveranciers ontving de NBOV opmerkingen over het berekenen van de zoutnorm voor kleinbrood en stollen. Bij het maken van stollen wordt extra droge stof toegevoegd door de krenten en rozijnen en eventueel door amandelspijs en noten. Wanneer u bij deze producten 1,5% zout toevoegt aan het meel, kunnen er problemen ontstaan met het vormen van het glutennetwerk. Daarom is het verstandig om te berekenen hoeveel zout u mag toevoegen om binnen de zoutnorm te blijven. Dat kan met het rekenmodel op de website van het NBC.

Let verder op bij het toevoegen van vetstof, zoals boter of broodverbetermiddel op basis van melkbestanddelen. Dit voegt extra natrium toe aan het deeg en dat moet u meenemen in uw berekening.

Ministerie van volksgezondheid

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is sinds eind 2014 in gesprek met de NVB, NBOV, VBZ, Nebafa en NBC over aanpassing van het Warenwetbesluit Meel en brood. De belangrijkste aanleiding is dat de gemiddelde Nederlander nog steeds te veel zout binnenkrijgt. Het ministerie wil daarom dat de wettelijke zoutnorm van toepassing wordt op alle producten die ‘door de consument als brood worden beschouwd en die (vrijwel) dagelijks worden geconsumeerd als belangrijk onderdeel van de basisvoeding’.

Reageer op dit artikel