nieuws

Stichting Reclame Code: bedrijven richten zich soms toch op kids

Nieuws 27

Meer bedrijven dan in 2015 overtreden de reclameregels voor voedingsmiddelen gericht op kinderen. Dat blijkt uit de jaarlijkse monitoring in opdracht van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI).

Stichting Reclame Code: bedrijven richten zich soms toch op kids
Bedrijven richten zich in reclame toch nog tot kids. Foto: FNLI

Het is de vijfde keer dat de monitoring plaatsvindt, door de Stichting Reclame Code. Hoewel de naleving in algemene zin goed te noemen is, zijn er toch meer bedrijven geïdentificeerd die in overtreding zijn van deze regels, in vergelijking met 2015.

Opvallend genoeg gaat het in toenemende mate om reclame voor producten die niet snel als kinderproducten worden gezien, zoals bouillon, kruidenmixen, rookworst, saus en frituurvet. De FNLI concludeert hieruit dat zij nog meer in moet zetten op bewustwording van de regels onder haar leden, supermarkten, horeca en media-inkoopbureaus.
Nieuw in de monitoring is het onderzoek naar zich snel ontwikkelende kanalen: vlogs en apps. Hier werden geen overtredingen gevonden.

Bevindingen

Het onderzoek is uitgevoerd door de afdeling Compliance van de Stichting Reclame Code in de periode mei-juni 2016. De bevindingen in het kort:

• TV: Onderzocht is of er commercials voor voedingsmiddelen op televisie zijn uitgezonden rondom programma’s met een bereik van meer dan 25% onder kinderen van 12 jaar of jonger. Er zijn uitingen van 5 bedrijven gevonden waar het reclame gericht op kinderen van 7 t/m 12 jaar betreft voor producten die niet aan de voedingskundige criteria voldoen.
• Bedrijfs- en merkenwebsites: In totaal zijn 106 websites onderzocht, waarvan 93 (=88%) conform het bepaalde in artikel 8 van de RvV zijn. Er zijn in totaal 13 websites (=12%) die reclame bevatten (of daarnaar verwijzen) die gericht lijkt op kinderen en waarop geen uitzonderingsbepaling van toepassing is.
• Kinderwebsites: Daarnaast zijn 23 websites van derden, die zich specifiek richten op kinderen t/m 12 jaar, onderzocht, zoals spelletjeswebsites en websites van kindermedia. Op 7 van de 23 websites is reclame waargenomen, van 12 verschillende bedrijven, die mogelijk strijdig is met artikel 8 van de RvV.
• Social media: Om de monitoring beheersbaar te houden, zijn alleen social media-kanalen van bedrijven in eigen beheer onderzocht. Hier is 1 geval van overtreding gevonden.
• Vlogs: Naast het onderzoek naar eigen social media-kanalen is dit jaar voor het eerst een steekproef gehouden onder 15 bij kinderen populaire vlogs. Hier zijn geen overtredingen gevonden.
• Apps: Ook nieuw is dat dit jaar 27 apps, die bij kinderen populair zijn (met onder andere spelletjes), zijn gemonitord. Hier zijn geen overtredingen gevonden.
• Bioscopen: Er zijn geen overtredingen in reclames rondom bioscoopfilms gericht op kinderen en families gevonden.

Bewustwording

Opvallend is dat een aanzienlijk deel van de overtredingen rond kinderwebsites gevonden werd in reclames voor producten die niet snel als kinderproducten worden gezien, waaronder sauzen en maaltijdmixen. Er lijkt een gebrek aan bewustwording te bestaan dat de regels álle voedingsmiddelen betreffen. Philip den Ouden, directeur FNLI: ‘Hier is voor de FNLI nog veel werk aan de winkel. Wij zullen, in samenwerking met andere adverteerdersorganisaties zoals de BVA, ons nog meer moeten inspannen om onze leden, maar ook supermarkten, horecabedrijven en media-inkoopbureaus, effectief te informeren over onze eigen regels.’

Bedrijven nemen maatregelen

Levensmiddelenproducenten nemen zo zelf het voortouw elkaar erop aan te spreken wanneer er niet aan de regels wordt voldaan. De FNLI heeft de bedrijven die in de monitoring genoemd worden hier inmiddels op gewezen. Een groot deel heeft de uitingen die in overtreding waren direct teruggetrokken en zegt toe de nodige maatregelen te nemen, samen met hun mediabureaus, om de regels in de toekomst nog beter na te kunnen leven.
Den Ouden: ‘De proactieve jaarlijkse monitoring blijft voor ons een belangrijk instrument om de naleving in kaart te brengen. Zo kunnen we ons snel concentreren op de punten waarop verbetering nodig is.’

 

 

Reageer op dit artikel