blog

Nieuwe columnist: Wat vind je van mijn muts?

De winkel 705

Je kent het wel, zo’n druilerige, waterkoude ochtend. Natuurlijk ga ik dan op pad. Met de auto van mijn vrouw. En ja hoor: net de snelweg op, tank leeg. Zij had mij nog gewaarschuwd. Enfin, rechtsomkeert.

Nieuwe columnist: Wat vind je van mijn muts?

Bij het tankstation heerst kennelijk een nieuwe strategie. De ene pomp heeft alle soorten diesel, de andere alleen diesel met iets extra’s; vooral een hogere prijs, zie ik. Ik bedenk me dat dit heel slim is omdat veel mensen toch te beroerd zijn om weer in de auto te stappen om die te verplaatsen naar de plek waar ook de goedkopere variant te halen is.

Met het gevoel dat ik het beste aan mijn auto heb gegeven, loop ik de winkel in. Waar vroeger de kassa rechts zat bij binnenkomst, staat die nu achterin. Twee dames achter de kassa overleggen druk met elkaar. De ene ziet eruit als Zweedse thuiskok, de andere als caissière. Ik twijfel nog: moet ik afrekenen in de snackcorner?

De dames stoppen hun discussie, waarbij ik voelde dat het gesprek ging over een vrije dag, het schoonmaken van het toilet of iets anders waar managers graag grip op hebben. De kassadame kijkt mij aan en vraagt welke pomp ik gebruikt heb.

Uuuh, ik kijk naar buiten. ‘Nou die ene, waar een auto staat.’ Er is namelijk verder niemand bij het tankstation, het is immers nog vroeg, en druilerig.

‘Oh ja, nummer 4.’ Zij rekent af en kijkt naar mijn bakkersjasje. ‘Voor jou bak ik de hele dag’ leest ze. Ja, dat staat op mijn buisje, en ik beaam dit: ‘Dit klopt, ik kom net uit de bakkerij, maar dit doet jouw collega toch ook?’

De oudere collega, ook met bakkersjasje – zonder tekst – en met een soort bakkersmuts op zoals mijn vader die vroeger in de bakkerij droeg, kijkt mij aan. ‘Ja’ zei ze, met enige twijfel in haar meewarige blik. Daar staan twee bakkers tegenover elkaar en ik voel dat zij denkt: ‘Als hij maar geen vragen gaat stellen over het bakken….’

Het blijft zeker tien seconden ijzig stil, maar uiteindelijk durft zij de vraag te stellen: ‘Wat vind je van mijn muts?’ Ik kijk haar aan, ondertussen maak ik de keuze of ik een eerlijk of een diplomatiek antwoord ga geven. Ik begin met een wedervraag, ‘Wat vind je er zelf eigenlijk van?’ Zij kijkt mij aan en geeft zelf het politiek correcte antwoord. ‘Tja, ik vind het horen in de bakkerswinkel en dit is echt beleving’.

Intussen wacht zij, enigszins gespannen, op mijn reactie. De bakkerswinkel, denk ik? Volgens mij reken ik hier diesel af, die toch al te duur is. Maar ik ga toch ook maar voor de diplomatie: ‘Ik ben ook altijd trots als ik een muts draag. En dat doe ik graag in een echte bakkerij.’

Wij zijn beiden van slag merk ik. Ik voel de spanning en die duurt veel langer dan de tijd die het kost om de pompshop ‘met de beleving van een bakkersmuts’ uit te lopen.

Ze roept me nog iets na, wat ik niet versta. Het is vast zoiets als: ‘Bak ze vandaag collega!’

Reageer op dit artikel