blog

Een ode aan brood

Mensenwerk 268

Eén van mijn vroegste herinneringen aan de bakkerij van mijn vader is dat hij elke zondag naar de bakkerij ging om de geplette tarwe in de week te zetten. Vaak mocht ik mee.

Een ode aan brood

Twaalf uur moest de tarwe weken en dan kon hij ’s nachts met bakken beginnen. Ik herinner me nog goed het stof als de balen tarwe werden gestort en het heerlijke aroma dat vrijkwam als het water er op gegoten werd. Alsof het niets was, liep mijn vader met balen bloem van 50 kilogram de trap naar de meelzolder op. Met een schieter haalde hij het brood dat klaar was uit de oven. Toen wist ik al: als ik groot ben, wil ik ook bakker worden.

Later mocht ik als jonge knaap zelf speculaas draaien, wat natuurlijk gemakkelijker is dan brood bakken. Mijn vader was dan meestal al naar huis − hij bakte ’s nachts brood en sliep overdag − en één van de andere bakkers leerde me dan de fijne kneepjes van het vak. Het was nog veel handwerk destijds. In de tijd van mijn opa, die ook bakker was, ging het bezorgen van de broden zelfs nog met paard en wagen. We hadden toen als bakkersfamilie eigen paarden en een paardendeel, alles moest schoongehouden worden en de paarden verzorgd: dat hoorde destijds ook bij het bakkersvak.

Intussen is er veel veranderd, maar wat nog steeds hetzelfde is, is dat je als bakker werkt met een paar simpele ingrediënten en dat je daaruit het mooiste en lekkerst geurende product maakt dat je je maar kunt voorstellen. Je hebt bloem of meel en gist, doet daar water bij, kneedt en ineens ontstaat er een mooi, soepel deeg waarmee je heerlijk brood kunt bakken. Brood dat monden voedt en waar mensen van genieten. Dat blijft iets magisch hebben.

Ook al kreeg ik later andere functies, bij onder meer Sonneveld, ik heb nog lang meegewerkt in onze familiebakkerij. Vooral in de decembermaand, voor elke bakker een gigantisch drukke tijd. We maakten lange dagen en iedereen had op een ander moment zijn dip. Heel gaaf was dat we er altijd voor elkaar waren, we trokken elkaar er doorheen en er was een enorm saamhorigheidsgevoel. Soms kan ik het nog steeds missen. Tja, je bent van huis uit bakker en bakkerszoon, of niet. Gelukkig mag ik zo af en toe nog weleens meedoen bij één van onze klanten. ‘Pim, ik moet krentenbollen beoordelen, doe je even mee?’ Je kunt me daarmee bijna niet gelukkiger maken. Liefde voor brood: dat zit als bakker gewoon in je DNA.

Reageer op dit artikel