De Hollandse Nieuwe is weer aan wal. We konden er niet omheen door de enorme hoeveelheid media-aandacht: van het NOS-journaal tot en met het plaatselijk huis-aan-huiskrantje. Ieder jaar opnieuw.
Ik vind het van een kleinschalige organisatie als het Nederlands Visbureau een geweldige prestatie van formaat om jaar in jaar uit weer zoveel publiciteit te generen. De Nederlandse bakkerij kan er nog heel wat van leren.
In de jaren tachtig werd het oogstbrood geïntroduceerd tijdens de Dag en later Week van het Brood. Het oogstbrood vertoonde paralellen met de Hollandse Nieuwe. Het wordt gebakken van de eerste graanoogst en in vroger tijden werd dat gevierd. Op die Dag of in die Week van het Brood kregen veel burgermeesters een oogstbrood aangeboden, werden in of rondom bakkerij en winkel talrijke activiteiten georganiseerd. Dat deden veel bakkers vooral samen. Een jaar of vijftien is dat goed gegaan. Tot Greetje Bouma, de eerste directeur van de Stichting Voorlichting Brood (SVB) vertrok. Nieuwe mensen gaven beginnende tradities een andere vorm of inhoud en van lieverlee raakte de Week van het Brood met het oogstbrood in de vergetelheid.
Er is veel geld gestoken in allerlei alternatieven. Ze waren - mede door het hapsnap beleid - van korte duur. Het leverde uiteindelijk weinig rendement op. Dat is jammer. Ieder jaar als ik de media-aandacht zie voor de Hollandse Nieuwe moet ik terugdenken aan het oogstbrood en de gemiste kans. Gelukkig hebben we nog het Nationaal Schoolontbijt. Ik zou het als branche maar koesteren.
Harrie Leijten
Tekstgrootte:
donderdag 7 juli 2011 om 10:01


