artikel

Etikettering additieven

Dossiers

Aan veel bakkersproducten zijn additieven toegevoegd. Wanneer moet je deze op het etiket vermelden? En hoe doe je dat?

Etikettering additieven

Aan veel bakkersproducten zijn additieven toegevoegd. Wanneer moet je deze op het etiket vermelden? En hoe doe je dat?

Additieven zijn stoffen die het doel hebben een product mooier, langer houdbaar, luchtiger enzovoort te maken. Denk bijvoorbeeld aan conserveermiddelen, emulgatoren, kleurstoffen, glansmiddelen of rijsmiddelen.

Proceshulpmiddel of niet?
Additieven die een (technologische) functie hebben in het eindproduct worden als ingrediënt beschouwd. Ze moeten dus in de ingrediëntenlijst worden vermeld. Er zijn ook additieven die bijvoorbeeld het bereidingsproces versnellen of verbeteren. Dan zijn het technologische hulpmiddelen. Deze hoeven in principe niet op het etiket te worden vermeld tenzij ze een allergene stof bevatten.

Carry-over additieven
Ook kan het zijn dat een additief niet vermeld hoeft te worden omdat het een functie heeft in het gebruikte ingrediënt, maar niet meer in het eindproduct waarin dat ingrediënt is verwerkt. Dit wordt een carry-over additief genoemd. Voorbeelden hiervan zijn conserveermiddel in kleurstof en anti-klontermiddel in zout.

Of een additief als carry-over beschouwd mag worden, hangt af van de concentratie in het ingrediënt en de hoeveelheid die in uw producten wordt gebruikt. Hoe meer dat is, hoe meer er in het eindproduct terechtkomt, en hoe groter de kans is dat het additief ook in uw product nog een technologische functie heeft.
Het is niet altijd makkelijk te bepalen wanneer een additief een ingrediënt is en wanneer een technologisch hulpmiddel. U kunt dit eventueel bij de leverancier navragen.
Om u te helpen, bespreken we hieronder een paar voorbeelden.

Additief is proceshulpstof
Ascorbinezuur wordt in de ingrediëntenlijst van een broodverbetermiddel vermeld. Deze stof verkort het bereidingsproces door de deegeigenschappen te beïnvloeden, maar heeft in het brood zelf geen technologische functie. Ascorbinezuur is in dit geval dus een hulpmiddel. Het is daarom meestal niet verplicht om dit additief in de ingrediëntenlijst van het brood te vermelden. Tenzij het bijvoorbeeld soja bevat, dit is een allergene stof. U vermeldt het ascorbinezuur dan op een van de volgende manieren in de ingrediëntenlijst: ‘technologische hulpstof (bevat soja)’ of ‘proceshulpstof (bevat soja)’ of ‘ascorbinezuur (bevat soja)’.

Additief is ingrediënt
Wanneer een enzym wordt gebruikt voor het vloeibaar houden van bonbonvullingen, heeft het een functie in het eindproduct en is het dus een ingrediënt. Ook rijsmiddelen zijn additieven met een technologische functie in het eindproduct. Zonder gebruik van deze middelen ontstaat immers geen luchtig resultaat.

Vermelding in de ingrediëntenlijst
Additieven hebben allemaal een naam en een E-nummer. U begint met het vermelden van de categorie waarin het door u gebruikte additief thuishoort, bijvoorbeeld ‘kleurstof’ of ‘conserveermiddel’. Hierna volgt de specifieke benaming of het door de Europese Gemeenschap toegekende nummer van het additief. Dat kan op verschillende manieren, zoals:
• Kleurstof: E100;
• Kleurstof E100;
• Kleurstof (curcumine);
• Kleurstof (E100);
• Kleurstof: curcumine.

Voor de categorie ‘gemodificeerd zetmeel’ hoeft het E-nummer of de naam hoeft niet te worden vermeld (vermeld wel de herkomst van het zetmeel als het gluten kan bevatten). 
Gebruikt u meerdere additieven die in een zelfde categorie thuishoren, dan vermeldt u de naam van die categorie in meervoud en daarachter de E-nummers of de namen van de additieven in volgorde van afnemende hoeveelheid. Bijvoorbeeld: Kleurstoffen (E150a, E100, E102). Komt een additief in meerdere categorieën voor, dan vermeldt u die categorie die overeenkomt met de belangrijkste functie van het additief in het eindproduct. Informeer bij twijfel bij uw leverancier.

Dus:
• Additieven die een technologische functie hebben in het eindproduct, vermeldt u als
 ingrediënt in de ingrediëntenlijst;
• Zijn de stoffen slechts een proceshulpmiddel of gaat het om ‘carry-over’ additieven, dan is dit
 niet nodig;
• Additieven die allergene stoffen bevatten staan altijd in de ingrediëntenlijst met daarachter
 de allergene stof;
• In de ingrediëntenlijst vermeldt u de functie van het additief en daarachter de naam of het E
 nummer;
• Meer informatie vindt u www.nbc.nl in het Dossier ‘Etiketteren en aanduiden’.
 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels