artikel

Etiketteren: de houdbaarheidsdatum

Dossiers

Op producten staat meestal een houdbaarheidstermijn vermeld. In deze tip leggen wij uit welke regels er gelden en hoe u de datum het best weergeeft.

Etiketteren: de houdbaarheidsdatum

Op producten staat meestal een houdbaarheidstermijn vermeld. In deze tip leggen wij uit welke regels er gelden en hoe u de datum het best weergeeft.

Op voorverpakte producten hoort in principe altijd een houdbaarheidsdatum te staan. Alleen op dagverse bakkerijproducten is dat niet nodig. Deze zijn namelijk bestemd om binnen 24 uur na bereiding te worden gegeten. Als u de klant duidelijk wilt maken dat het om een dagvers product gaat, kunt u de verkoopdatum (of verpakkingsdatum) op de verpakking vermelden. Dit is niet verplicht, maar wel handig. Deze vermelding kan namelijk ook als productiecode dienst doen en zo voor de traceerbaarheid worden gebruikt.

Hoe vermeldt u de datum?
De volgorde moet altijd zijn: dag, maand, jaar. De dag wordt aangegeven met een getal van twee cijfers, de maand in letters (voluit of de gebruikelijke afkorting) of cijfers. Het jaar geeft u aan als jaartal of met de laatste 2 cijfers daarvan. U kunt de datum bijvoorbeeld op de volgende manieren weergeven: 10 november 2009; 10 november 09; 10 nov. 2009; 10-11-2009; 10-11-09.

Niet altijd volledig
Een volledige datumvermelding is niet altijd verplicht. Dat is afhankelijk van de bewaarduur:
• Bij een houdbaarheid van minder dan drie maanden moet u de dag en maand aangeven, bijvoorbeeld ‘ten minste houdbaar tot 10 nov.’. Het jaartal mag achterwege blijven.
• Is het product langer dan drie maanden houdbaar, dan mag u volstaan met de vermelding van maand en jaar. Bijvoorbeeld ‘ten minste houdbaar tot nov. 09’. Een dagaanduiding hoeft dus niet.
• Bij een houdbaarheid van meer dan 18 maanden hoeft u alleen het jaar te vermelden, in combinatie met de woorden ‘ten minste houdbaar tot einde’. Zoals in ‘ten minste houdbaar tot einde 2012’.

Plaats
Op de plaats van de datum mag ook naar een andere plaats op de verpakking worden verwezen, waar dan de houdbaarheidsdatum is vermeld, bijvoorbeeld op de sluitclip. Als de datum afhankelijk is van een bijzondere wijze van bewaren (zoals gekoeld of in de diepvries) vermeldt u dat erbij.

Bij het vermelden van een houdbaarheidsdatum wordt door het Warenwetbesluit Etikettering van Levensmiddelen (artikel 16 en 17) onderscheid gemaakt tussen de aanduiding ‘te gebruiken tot’ (uiterste consumptiedatum) en de aanduiding ‘ten minste houdbaar tot’ (datum van minimale houdbaarheid). In de volgende tip leest u wat de verschillen zijn.

Dus:
– Op voorverpakte producten moet altijd de houdbaarheidsdatum worden vermeld;
– De volgorde moet zijn dag, maand, jaar;
– Of u een volledige datum moet vermelden, hangt af van de bewaartermijn;
– In de volgende tip leest u over de verschillen tussen de uiterste consumptiedatum en de minimale houdbaarheid;
– Op www.nbc.nl vindt u in het dossier ‘Etiketteren en aanduiden’ meer informatie. Klik op ‘werkwijzers’ en vervolgens op ‘werkwijzer houdbaarheidstermijnen’.
 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels