artikel

95 procent etiketten bevat fouten

Dossiers

De consument wil steeds meer weten wat hij consumeert. Juist etiketteren is daarom essentieel. Maar hoe doe je dat, wat mag wel en wat niet en wat als er toch iets fout gaat?

95 procent etiketten bevat fouten

De consument wil steeds meer weten wat hij consumeert. Juist etiketteren is daarom essentieel. Maar hoe doe je dat, wat mag wel en wat niet en wat als er toch iets fout gaat?

Om leveranciers meer wegwijs te maken in het doolhof dat etiketteren heet, hield Food Micro & Innovation medio december een symposium. ‘Etikettering als marketinginstrument’. Een achttal experts en praktijkdeskundigen praatten de 150 aanwezigen bij over de regelgeving van etiketteren. Dat het symposium geen kwaad kon, bleek uit de presentatie van Jos Bruins van Warenadvies.nl. Hij nam de afgelopen drie jaar zo’n drieduizend etiketten onder de loep. ‘95 procent daarvan bevat fouten’, aldus Bruins. Bij de fouten gaat het om een verkeerde aanduiding van het product of een ingrediënt, voedingswaardeclaims, ten onrechte gebruikte gezondheidsclaims, misleiding, verkeerde allergenendeclaratie en een foutieve voedingswaarde. Fouten voorkomen kan door de receptuur en grondstoffenspecificaties goed te beheren. Daarnaast is het goed tijdig te weten wat je als product wilt communiceren, claimen. Goede afspraken tussen productontwikkeling, marketing en verkoop helpen daarbij. Wanneer er export aan te pas komt, is een geautomatiseerd talensysteem raadzaam.
Mocht er onverhoopt toch een fout etiket opduiken, is het volgens Marieke Lugt van Friesland Foods belangrijk zo snel mogelijk het etiket aan te passen indien er geen risico is voor de volksgezondheid. ‘Indien er wel gevaar dreigt, moet de levering meteen worden stopgezet en een recall indienen. Daarnaast moet je als producent altijd het interne systeem checken om te voorkomen dat de fout nog een keer voorkomt.’ Lugt gaf in haar presentatie ook het belang van een etiket aan. Naast noodzakelijke informatie, bouw je met een etiket een band met het merk op, geeft het de consument vertrouwen én is het een verkoopmethode. ‘Het etiket verkoopt het product.’

KBBL
Henry Uitslag van de Consumentenbond gaf in zijn speech aan wat consumenten belangrijk vinden aan een etiket. Naast houdbaarheidsdatum, prijs, merk en gewicht, zijn dat: samenstelling van het product, voedingswaarde en herkomst. Caroline Verhagen van KBBL uit Wijhe ging in op etiketteringregels voor vlees- en bakkerijproducten. Producten kunnen op drie manieren worden aangeduid: met een wettelijke of gereserveerde aanduiding, een gebruikelijke benaming of met een omschrijving. Wettelijke of gereserveerde aanduiding geldt onder meer voor krentenbrood. Krentenbrood moet meer dan 30 procent krenten bevatten. Krentenbollen worden niet beschouwd als krentenbrood. De 30 procent eis geldt evenmin. Een ander voorbeeld is gehakt. Gehakt moet een vetgehalte hebben van minder dan 25 procent, naam van het soort slachtdier moet vermeld staan en/of de namen van de soorten slachtdieren in volgorde van afnemend product. Voorbeelden van producten met een gebruikelijke benaming zijn: karbonade, tompouce, moorkop en kroket. De consument weet bij deze producten direct wat er wordt bedoeld. Voorbeelden van producten die mogen worden aangeduid met een omschrijving zijn: slagroomgebak, vruchtentaart en ragoutbroodje. Gereserveerde aanduidingen geldt voor bakkerijproducten als bolletje, kadetje, mini, stokbrood, heel of half. Als in een cake naast roomboter ook margarine is gebruikt, mag de cake niet worden aangeduid als roombotercake wanneer de margarine de vervanger is van roomboter. De cake moet dan worden aangeduid met “cake met X procent roomboter”, aldus Verhagen van KBBL.

Etiketinformatie
Louis van Nieuwland van het Voedingscentrum vertelde de aanwezigen dat het Europees Parlement een voorstel heeft ingediend om het etiket aan te passen. Nu is het vermelden van de voedingswaarde niet verplicht, dat gaat veranderen als het voorstel wordt aangenomen medio dit jaar. Daarnaast pleit het parlement voor allergeneninformatie op niet voorverpakte levensmiddelen, en een leesbaar etiket door de lettergrootte op minimaal 3 millimeter vast te stellen. Allergenenexpert Marjan van Ravenhorst ging dieper in op voedselallergie. ‘Zo’n 7 procent van de bevolking heeft voedselallergie. Wat betreft etikettering van allergenen verschilt de wetgeving per continent. De EU wetgeving kent veertien allergenen. Australië daarentegen negen. Japan heeft vijf verplichte allergenen.’ Bedrijven die exporteren moeten zich dus eerst goed verdiepen in de wetgeving was haar advies.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels