artikel

Frans Lijnsvelt vertrekt bij Zeelandia

Dossiers

Meer dan veertig jaar lang, waarvan 35 jaar bij Zeelandia, is Frans Lijnsvelt actief in de Nederlandse bakkerij. Hij kent veel bakkers – groot en klein – persoonlijk. Een man met een hart voor de klant én de bakkerij. ‘Focus je op de klant’, zegt hij tot de bakkers in dit afscheidsinterview, ‘en zeg niet te snel “dit eten mijn klanten niet”.’ Lijnsvelt is vergroeid geraakt met de bakkerij. ‘De branche ligt zeer aan mijn hart.

Frans Lijnsvelt vertrekt bij Zeelandia

Meer dan veertig jaar lang, waarvan 35 jaar bij Zeelandia, is Frans Lijnsvelt actief in de Nederlandse bakkerij. Hij kent veel bakkers – groot en klein – persoonlijk. Een man met een hart voor de klant én de bakkerij. ‘Focus je op de klant’, zegt hij tot de bakkers in dit afscheidsinterview, ‘en zeg niet te snel “dit eten mijn klanten niet”.’ Lijnsvelt is vergroeid geraakt met de bakkerij. ‘De branche ligt zeer aan mijn hart.’

Tot zijn zestiende jaar ging Frans Lijnsvelt naar school. ‘Daarna werd je geacht aan het werk te gaan. Verder leren moest in de avonduren. Thuis was het geen vetpost met vier opgroeiende kinderen.’ Tot zijn militaire dienst deed hij van alles en nog wat. Na de militaire diensttijd kwam de bakkerij in beeld: hij werd bij Trifax bakkerijgrondstoffenfabrikant administrateur voor de verkoopafdeling. Puur toeval. Zijn broer werkte er en wist dat er een baantje vrij was. ‘Ik had wel belangstelling voor de commercie.’

In de Volkswagen
Na enige jaren, toen in het rayon Amsterdam/Haarlem een vacature ontstond besloot Lijnsvelt bij de verkoopleider van Trifax,de heer E.W. Mosterd (een autoriteit in de branche uit die jaren) te solliciteren. Hij kreeg een kans: er werd een Volkswagentje voor Lijnsvelt aangeschaft, waarbij Trifax met de garage bedongen had dat de auto na een halfjaar weer kon worden ingeruild. Want veel vertrouwen hadden ze niet in hem. Lijnsvelt: ‘Die auto is nooit ingeruild. Maar ik heb er wel eens met tranen in de ogen ingezeten. Soms kon ik een bakkerij niet vinden in het grote Amsterdam en kwam daarom dan te laat. Lag de bakker al op bed. Van het vak had ik geen verstand. Dat was een gemis. Bakkers wilden wel met mij over het vak praten. Bij Thijs Dekker uit Haarlem, één van mijn eerste klanten, kon ik elke vrijdagnacht terecht om iets van het bakkersvak te gaan begrijpen. Op zaterdagochtend reek ik dan naar huis na 24 uur werken. Doodmoe. Ik probeerde me wakker te houden door het raam open te zetten en hardop te zingen.’
Trifax kwam in andere handen, Mosterd verdween van het toneel en al snel kreeg Lijnsvelt in de gaten dat de focus minder op de bakker gericht was. Hij solliciteerde bij Van Esso (onderdeel van Zeelandia, Zierikzee). Maar Lijnsvelt weigerde te verhuizen. De sollicitatie ketste af. Friesche Vlag nam Trifax over en had grootse plannen, waarin ook een rol voor Lijnsvelt was weggelegd. ‘Maar er gebeurde niets.’ Een halfjaar later zag hij een advertentie van ‘een vooraanstaande fabrikant in bakkerijgrondstoffen’ waarin een vertegenwoordiger werd zocht. Lijnsvelt begreep onmiddellijk dat dit van Zeelandia was en belde opnieuw. Met Ans, zijn vrouw, ging Lijnsvelt op kennismakingsbezoek in Zierikzee en trof daar een laagdrempelige organisatie aan. ‘Bij het weggaan werden we aan de deur persoonlijk uitgeleide gedaan door de heer Doeleman. Ans zei toen: “Je moet maar bij die mensen gaan werken”.’ Lijnsvelt, die in het 150 kilometer van Zierikzee gelegen Weesp bleef wonen, kreeg het rayon Den Haag onder zijn hoede.

Gericht op de klant
Er gebeurde bij Zeelandia veel in die jaren. Het bedrijf had net spijsfabrikant Maro uit Veendendaal overgenomen. In 1973 introduceerde Zeelandia Paradox, een rijstijdversneller. Het was een revolutionair product. Dat heeft Zeelandia als bedrijf een enorme impuls gegeven, aldus Lijnsvelt. Hij rapporteerde aan Gert Rietveld, één van de drie districtleiders. Met hem vormde Lijnsvelt jarenlang een goed tandem. Bij Zeelandia vond hij onmiddellijk zijn draai. Acties waarin vertegenwoordigers (die kenden immers de bakkers) niets zagen werden aangepast of zelfs afgewimpeld. ‘Alles was gericht op de klant. Dat paste bij mij. Ik vind het heerlijk om met klanten om te gaan. Daar geniet ik van. Dan kom ik tot bloei.’
Toen Rietveld verkoopleider werd, volgde Lijnsvelt, net twee jaar bij Zeelandia, hem als districtsmanager west op. Onder zijn hoede kwamen er acht vertegenwoordigers en drie depots, die later werden samengevoegd in Woerden. Lijnsvelt bracht de in opkomst zijnde middenbedrijven in kaart om aan hun specifieke wensen te voldoen.

Anders denken
Een belangrijke fase was de fusie in 1995 van Van Esso en Zeelandia. Mede onder leiding van Frans Lijnsvelt werd een nieuwe organisatie opgebouwd. ‘Dat is een ingrijpende periode geweest. Ik moest mensen, die ik zelf had aangenomen, ontslaan.’ In 1997 ontstond Zeelandia Nederland. Lijnsvelt werd er commercieel directeur. Daardoor kreeg hij ook met de banketindustrie te maken. Van nabij heeft Lijnsvelt de concentratie in de broodindustrie meegemaakt en nu ziet hij datzelfde proces in de banketindustrie.
‘Op het moment dat ik bij Zeelandia kwam groeide de ambachtelijke bakkerijen in omvang. Daardoor gingen ze automatiseren. Dat had weer gevolgen voor het productieproces. Enzymen gingen een rol spelen. Daarmee zijn we beter in staat te sturen op kleur, geur en structuur.’ Lijnsvelt zag hoe de pastavormige broodverbetermiddelen veranderden in poedervormig en nu in vloeibaar. ‘Veranderingen waardoor vooral in de grote bakkersbedrijven kosten in de keten bespaard worden. Zoek de toegevoegde waarde in je productie niet in de kilo’s, maar in een goede processing, aldus Lijnsvelt. ‘Zeelandia zet zijn hoogwaardige technologie in op het zoeken naar procesverbeteringen in plaats van enkel het ontwikkelen van broodverbetermiddelen. Dat vind ik het “anders denken”. Daarin maakt Zeelandia grote stappen.’

Lekker brood
Lijnsvelt was betrokken bij de ontwikkeling van het Pandabroodje, het begin van meergranenbrood met hoge toegevoegde waarden, in combinatie met een goed doel, in dit geval het WNF. ‘Dat soort producten leveren de bakkerij marge op.’ Ook bij de ontwikkeling en uitbouw van Oerbrood heeft hij aan de wieg gestaan. Verder is Lijnsvelt betrokken geweest bij de ontwikkeling van het BlueBand Brood van Unilever. Voor Lijnsvelt is de samenwerking met Unilever een bijzondere. ‘Unilever heeft veel verstand van de consument, wij van brood. Dat is het verschil. Unilever vraagt eerst aan de consument wat hij lekker vindt. Wij praten nog te veel over de structuur van het brood. Bepalend is wat de consument ervan vindt.’ Antoon Spil (de man die zijn verzameling voor een deel ter beschikking heeft gesteld aan Zeelandia, die het in zijn museum heeft ondergebracht) zei het twintig jaar geleden al: ‘Bak eerst lekker brood en daarna pas mooi brood.’
‘Zeelandia heeft veel producten samen met zijn afnemers ontwikkeld. Daarbij kijkt Zeelandia wel over de schouder van de klant ook naar de consument. Focus daarop en zeg niet te snel “dit eten mijn klanten niet”. Daar heb ik me altijd erg over verbaasd. De bakker denkt te kunnen bepalen wat de consument eet, maar dat doet hij uit een persoonlijke voorkeur. Die moet hij vergeten.’

35 jaar veranderingen
De afgelopen 35 jaar is er veel veranderd in onze bedrijftak en daarbij ook bij Zeelandia. Toen Lijnsvelt in 1973 aantrad bij Zeelandia telde Nederland meer dan 4000 ambachtelijke bakkerijen. Om een voorbeeld te noemen: in de tijd dat hij in 1970 in Amsterdam als vertegenwoordiger werkzaam was, waren daar meer dan 200 ambachtelijke bakkerijen actief. En daarnaast telde Amsterdam nog vele gespecialiseerde kleine banketbakkerijen De toenmalige Zeelandia organisatie was met 10 depots en een groot vertegenwoordigerskorps volledig gericht op deze markt.
De industrie bestond uit een aantal middelgrote en grotere industriële familiebedrijven. Bedrijven die wel een samenwerkingsverband hadden, maar voor het grootste gedeelte zelfstandig opereerden. Er was toen van enige concentratievorming nauwelijks sprake.
Nu, anno 2008 tellen we ruim 2000 ambachtelijke bakkerijen en is de broodindustrie voor het grootste gedeelte opgegaan in samenwerkingsverbanden of concerns. In de banketindustrie zien wij de laatste jaren ook een sterke beweging naar samenvoeging en samenwerking. Dat betekent ook 35 jaar veranderingen binnen de organisatie van Zeelandia Nederland. Zoals een sterke afname van het aantal vertegenwoordigers en het sluiten van de 10 eerder genoemde depots. Een andere aanpak van de middelgrote en ambachtelijke filiaalbedrijven was gewenst en een ook andere aanpak voor de industrie kon niet uitblijven. Lijnsvelt heeft in zijn jaren constant gewerkt aan het aanpassen van de Zeelandia organisatie gericht op de veranderingen  in de bakkerij. Professionalisering van het vertegenwoordigerskorps, de komst van een afdeling marketing en productmanagement en verdere uitbouw van R&D en proefbakkerij, die zich met verkoop en de klant gingen bemoeien. De kennis en de kunde van de mens binnen Zeelandia moet voortdurend aangepast worden aan een veranderende marktomstandigheden. De afgelopen 35 jaar speelde voor Lijnsvelt de klant altijd de cruciale rol. Het gaat immers altijd om de wens van de klant en die wensen moeten op professionele en deskundige wijze worden ingevuld. Trots is hij dan ook dat bij een recent gehouden klanttevredenheidsonderzoek Zeelandia Nederland hoge punten scoort. Zeelandia opereert al lange tijd als een zelfstandig familiebedrijf gericht op de afnemers maar met behoud van een eigen identiteit. En die identiteit moet volledig in balans zijn met de wensen van de klant. Niet alleen in de functionaliteit van de geleverde producten, maar in het bijzonder in de toegevoegde waarde en die vooral zit in de mens bij Zeelandia.

Goed koopman
Natuurlijk zijn er ook productintroducties in de afgelopen 35 jaar geflopt. Zoals de Frutino: broodproducten zonder gist op basis van bakpoeder en de Pandacake. ‘Een goed koopman herken je aan zijn miskopen’, aldus Lijnsvelt. ‘Niet alles wordt een succes. Maar een ondernemer moet de bereidheid hebben te investeren in nieuwe ontwikkelingen. Die uitdaging moet hij aangaan. Wie altijd speelt op zekerheid en nimmer op genegenheid is banger om te leven dan dood te gaan.’ Lijnsvelt is van de spreekwoorden en gezegden. ‘Je moet als ondernemer blijven ondernemen. Vooral als het tegenzit komt het daarop aan. Ik zie bij de jonge garde in de bakkerij vooral ondernemers. Dat is de basis van een goed bedrijf. Het is continu zoeken naar wat mijn klant wil, wat de klant verwacht. Bij een ondernemer moet een continue onrust in zijn lijf zitten. Dat noem ik bezieling’, aldus Lijnsvelt.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels