artikel

Frans Hazenberg, scheidende bakker

Dossiers

Door koningin, gilde en NBOV is hij geëerd. Een dankjewel voor veertig jaar actief zijn in en voor de branche. Frans Hazenberg stopt nu als bakker. Zoon Frank heeft met zijn vrouw Gertruud de zaak overgenomen. Een mooi moment om eens te bladeren door het levensboek van deze bakkerondernemer, maar ook een verenigingsmens met gevoel voor pr. ‘Er niet half voor gaan. Daar houd ik niet van. Je doet het goed of je doet het niet.

Frans Hazenberg, scheidende bakker

Door koningin, gilde en NBOV is hij geëerd. Een dankjewel voor veertig jaar actief zijn in en voor de branche. Frans Hazenberg stopt nu als bakker. Zoon Frank heeft met zijn vrouw Gertruud de zaak overgenomen. Een mooi moment om eens te bladeren door het levensboek van deze bakkerondernemer, maar ook een verenigingsmens met gevoel voor pr. ‘Er niet half voor gaan. Daar houd ik niet van. Je doet het goed of je doet het niet.’

Frans Hazenberg heeft zich op bestuurlijk en promotioneel vlak altijd sterk laten gelden. Dat heeft hij van huis uit meegekregen. Zijn vader was voorzitter van de Boxtelse bakkersvereniging. In de jaren zestig telde het Brabantse stadje achttienduizend inwoners en 22 bakkers, die het vooral hadden over de broodprijs en vakantiesluitingen. Hij was ook lid van de Regionale Bakkerij Commissie, die wijken aan bakkerijen toebedeelde. Bovendien is senior al tachtig(!) jaar lid van de harmonie. Dat lidmaatschap betekende vroeger klandizie. De klanten kozen toen niet op basis van kwaliteit. De winkelverkoop speelde nauwelijks een rol.
Frans Hazenberg kan er schitterend over vertellen. Plakboeken komen uit de kast, vol foto’s en knipsels. Bij elke foto en artikel kent hij het verhaal, de anekdotes, wetenswaardigheden of feitjes.

Eigen bakkerij
Vanaf zijn wieg was Frans Hazenberg de gedoodverfde opvolger van het ouderlijk bedrijf. Hij ging weliswaar na de lagere school eerst naar de ULO. Moeder vond het belangrijk dat de blik van haar kinderen verder strekte dan de bakkerij. ‘Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor. Je toekomst begint bij een goede opleiding.’ Na gewerkt te hebben bij wat bakkers en de militaire dienstplicht kwam Frans Hazenberg bij vader in de bakkerij. Ze hadden verschillende ideeën over het bedrijf en Frans Hazenberg besloot een eigen bedrijf te beginnen. ‘Ik heb in heel Nederland rondgekeken. Uiteindelijk kwam ik uit bij de bakkerij van weduwe Verburg (moeder van Ad Verburg, ex-marketier van het bakkersgilde en Meneba) in Vlaardingen. Het bedrijf was niet helemaal up-to-date, maar ik zag wel mogelijkheden in een stad van zeventigduizend inwoners, met slechts vijf bakkers. Heel wat anders dan in Boxtel.’
Er werden maar twee degen met de oude langzame draaiheuvel gedraaid voor wit- en bruinbrood. Daarvan werden ook kleinbrood, stokbrood, et cetera  gebakken. Zo ging dat toen. ‘Ik wilde het anders. Arnold Kalmeijer (van de bakkerijmachines) gaf me één advies. Koop een goede deegkneedmachine. Dat is de basis voor een goed stukje brood.’ Hazenberg volgde zijn raad op. In rap tempo verbeterde de kwaliteit en werden nieuwe producten aan het assortiment toegevoegd. De weekomzet van vier baaltjes groeide snel uit naar zestig baaltjes. ‘De klanten stonden in een rij voor de winkel aan de Hoogstraat. Daar praten ze nu nog over’, zegt Hazenberg vol trots.

Zelf oppakken
Hazenberg werd in Vlaardingen Echte Bakker. Beko was net gestart met de Beko-bakker winkelformule. ‘De broodbezorging was op zijn retour en de winkelverkoop werd belangrijk.’ Hazenberg zag de actie van Beko helemaal niet zitten. ‘Een inkoopvereniging moet zich richten op inkoop, een verkooporganisatie richt zich op de klant. Dat is iets heel anders.’ De formule Beko-bakker verdween al snel, die van Echte Bakker werd steeds prominenter.
De schoonzoon van mevrouw Verburg – Jan Houdijk, journalist bij het Algemeen Dagblad – ging een grote rol spelen in het leven van Frans Hazenberg. Houdijk kon geweldig tekenen en bondige teksten schrijven. Hij werd voor Hazenberg een inspiratiebron en hielp hem, en later met het bakkergilde, het beeldmerk en opvallende pr-campagnes.
In 1971 brak Hazenberg in pr-matige zin landelijk door. Een groep kunstenaars wilde een actie voor een beter milieu en vroegen Hazenberg daarvoor een speciaal broodje te bakken. Dat broodje, in de vorm van een vuist, genereerde veel publiciteit. Daarop belde wat nu het VROM-ministerie is, met de vraag of Hazenberg een broodje wilde bakken voor bij de ondertekening van een convenant dat moest leiden tot schoner water en lucht. Dat broodje wilde de VPRO weer in het programma Picknick en zo stond Hazenberg op de tv broodjes uit te delen aan de wat alternatieve milieuactievoerders. Hazenberg: ‘Zoiets is aan jezelf om het op te pakken. Je moet het doen. Geen smoezen van ‘geen tijd’, ‘te druk’ of ‘ik moet slapen’, maar doen. Je krijgt zo’n kans maar één keer.’ Jan Houdijk schreef er een paginagroot artikel over onder de kop: ’n Tijgerbrood voor een stickie. Hazenberg’s naam was gevestigd.
Pr werd belangrijk omdat er steeds minder brood werd bezorgd en bakkers klanten naar zich toe moesten zien te trekken. ‘Dat is van grote invloed geweest op de bedrijfstak. De consument veranderde, de tweeverdieners deden hun intrede.’ Een ander belangrijk markeringspunt vond in Hazenberg’s ogen plaats in de jaren negentig: de minimum broodprijs verdween. ‘De invloed daarvan is niet zo groot geweest als we vreesden. Gevoelsmatig wel. Maar de prijsverschillen tussen de bakker en het supermarktkanaal was al groot.’

Eigen stijl
De schaalvergroting in de bedrijfstak werkte ook bij Bakkerij Hazenberg door. Het bedrijf groeide naar drie winkels. Hazenberg ontwikkelde de formule: Haasje Repje, een croissanterie. Later, door de wijziging van het verkeersbeleid liep de omzet in de winkel bij de bakkerij terug. De croissanterie werd gesloten, er werden twee nieuwe filialen geopend.
Toen in het winkelcentrum Veerplein zich de mogelijkheid voordeed een stuk naast de winkel erbij te huren heeft Hazenberg dat gedaan. ‘Met hulp van Beko Advies zijn we daar overgegaan tot semi-zelfbediening. De klanten lopen de winkel door. Dat maakt hen actief en dat stimuleert de omzet.’ Spijt heeft Hazenberg alleen van de aanschaf van winkelmandjes. ‘Die worden niet gebruikt. Van een ‘verplichte looproute’ door de winkel komt ook niet veel terecht, omdat er geen aparte in- en uitgang is’, leert de ervaring van Hazenberg. Hij heeft er ook een koffiezithoek (met een loungeachtig gedeelte) en terras. ‘Wij hebben wel eerst gekeken naar de andere horeca-activiteiten in de winkelomgeving. Je moet je eigen stijl, sfeer en beleving zien te krijgen.’ De horecakaart kent vooral bakkerijgerelateerde producten, aangevuld met soep, een gehaktbal en saté.
Door zijn eigen creativiteit heeft Hazenberg het Echte Bakkersgilde eigenlijk niet nodig. Even zag het er ook naar uit dat hij zijn lidmaatschap zou opzeggen. Vooral vanwege de striktere bepalingen over bijvoorbeeld het toepassen van het logo. ‘Ik vond dat toen een grote stap. Het gilde koos systematisch wel voor een eenduidige uitstraling van de gildebakker, het verhogen van het kwaliteitsniveau en nu de aanpak van de winkels. Dat vind ik ook terecht. De opwaardering van het niveau was voor mij aanleiding om als lid te blijven.’

Kruideniers
Een ander facet uit Hazenberg’s leven zijn z’n bestuurlijke activiteiten. Hij is nu actief als voorzitter van het Uitvoerend Comité Bakkerij van het Jaar en in de adviesraad van Voorlichtingsbureau Brood. Hij was voorzitter van de KVOB, mede grondlegger voor de BBOV (de fusie tussen de katholieke en ‘neutrale’ bakkersbond), het Comité van Zes (waarin de drie bakkersbonden zitting hadden), de Nederlandse Bakkerij Stichting, Stichting Voorlichtingsbureau Brood, het Genootschap voor de Bakkerij en via deze organisatie zat hij in tal van (internationale) commissies. De paus mocht hem ontmoeten, net zoals prins Bernhard, tal van ministers en andere BN’ers.
Plaatselijk is Hazenberg ook actief. Voor de collega’s trok hij vaak de kar bij het bedenken van acties, gezamenlijke advertenties en zocht de publiciteit. De samenwerking stokte, toen Hazenberg kritiek kreeg van collega’s: hij kwam meer dan de anderen in de publiciteit. ‘Maar die deden ook weinig, we werden ook steeds meer elkaars concurrenten. De samenwerking bloedde dood, het contact trouwens niet.’
Frans Hazenberg is nu voorzitter van het Stadshart, de Vlaardingse winkeliersvereniging, met driehonderd middenstanders en van de winkeliersvereniging het Veerplein. ‘Het overgrote deel’, peinst Hazenberg, ‘is in doen en laten geen winkelier maar kruidenier, die met oogkleppen op rondlopen. 44 procent is slechts lid van Stadshart. Maar juist een winkeliersvereniging kan bij de gemeente invloed uitoefenen op het gebeid van parkeren, vestiging en vervoer.’
‘Door het thuisfront kon ik me veel vrij maken’, zegt Hazenberg. ‘Ik ben door de organisaties met veel informatie gevoed en gevormd. Het verruimde mijn blik. Ik realiseerde me soms eerder dan andere collega’s dat je de bakens moest verzetten. In die zin heeft het werk ook een positieve weerslag gehad op het bedrijf.’

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels