artikel

Personeelsleningen

Dossiers

Als de werkgever zijn werknemer een voordeel wilt geven, wordt dat voordeel al snel belast als loon. Zo ook als hij geld uitleent aan de werknemer en geen of weinig rente vraagt.

Personeelsleningen

Als de werkgever zijn werknemer een voordeel wilt geven, wordt dat voordeel al snel belast als loon. Zo ook als hij geld uitleent aan de werknemer en geen of weinig rente vraagt.

In een aantal gevallen mag de werkgever echter geld renteloos uitlenen aan zijn werknemers, zonder dat dit rentevoordeel als loon wordt belast.

Eigen woning
Als de werknemer geld leent van de werkgever om een eigen woning te kopen, mag dit renteloos of tegen een lage rente. Het rentevoordeel wordt dan niet als loon belast. De achterliggende gedachte is dat de rente anders aftrekbaar zou zijn geweest in de aangifte inkomstenbelasting. Voorwaarden voor de regeling zijn:
– De werknemer meldt schriftelijk aan de werkgever waarvoor hij de lening wil gebruiken.
– Hij voegt afschriften bij van aankoopbewijzen, kostennota’s, en dergelijke.
– Hij verklaart daarbij welk deel van de lening voor de inkomstenbelasting wordt beschouwd als een lening waarvan de rente en de kosten aftrekbare kosten zijn (volgens de artikelen 3.120 tot en met 3.123 van de Wet inkomstenbelasting 2001).
De werkgever moet deze verklaring bij de loonadministratie voegen.

Andere personeelsleningen
Verstrekt de werkgever een lening voor andere doeleinden, dan is het rentevoordeel alleen onbelast als de werknemer het geleende bedrag gebruikt voor zaken waarvoor geheel of bijna helemaal een vrije vergoeding of verstrekking mogelijk is. Bijvoorbeeld de aanschaf van een computer die voor 90 procent of meer voor de dienstbetrekking wordt gebruikt, of de inrichting van een telewerkplek bij de werknemer thuis. In dat geval gelden dezelfde (strikte) voorwaarden die gelden als in het geval de werkgever de computer of de inrichting van de telewerkplek onbelast zou willen verstrekken of vergoeden.
Voor alle overige leningen wordt het rentepercentage vergeleken met een vast normpercentage. Het verschil wordt belast. Over 2008 is het percentage 5,3 procent. Als de lening renteloos is, dan wordt het te belasten rentevoordeel over 2008 dus gesteld op 5,3 procent.
De belastingdienst is van mening dat het niet uitmaakt in welk jaar de lening is aangegaan, of er zekerheid is gesteld en of sprake is van een vaste of variabele rente: in alle gevallen wordt het verschil tussen 5,3 procent en de door de werkgever berekende rente belast.
Het rentevoordeel mag in plaats van per loontijdvak ook aan het einde van het kalenderjaar of bij het eerdere einde van de dienstbetrekking tot het loon worden gerekend.
De regeling voor personeelsleningen kan ook toegepast worden op leningen aan gepensioneerden en vutters. Deze moeten dan wel aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldoen.

Drs. P.H. Eenhoorn
BDO CampsObers Belastingadviseurs

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels