artikel

‘In een klein dorp kun je ook succesvol zijn

Dossiers

Echte Bakker Joop van Meijel uit het Zeeuws Vlaanderense dorpje Clinge toont al jaren aan dat succes niet afhangt van de grootte van een stad of een drukke winkelstraat. Goed ondernemerschap is de belangrijkste factor. Sinds hij aan het roer staat in de dorpsbakkerij plust de omzet jaarlijks met 10 procent.

‘In een klein dorp kun je ook succesvol zijn

Echte Bakker Joop van Meijel uit het Zeeuws Vlaanderense dorpje Clinge toont al jaren aan dat succes niet afhangt van de grootte van een stad of een drukke winkelstraat. Goed ondernemerschap is de belangrijkste factor. Sinds hij aan het roer staat in de dorpsbakkerij plust de omzet jaarlijks met 10 procent.

Toen ik twee jaar oud was wist ik al dat ik bakker wilde worden. Dat is dus de bekende paplepel geweest, want mijn vader en moeder hadden een eigen bakkerij. Ook wist ik al heel vroeg dat ik voor mezelf wilde beginnen. Zestien jaar geleden ben ik in de zaak gekomen. Ik runde de bakkerij toen samen met mijn vader en moeder. Sinds twaalf jaar ben ik de enige eigenaar. Ik heb wel met de gedachte gespeeld om mijn eigen zaak ergens anders dan in Clinge te starten, omdat Clinge een klein dorp is met nog geen drieduizend inwoners, maar ik heb besloten dat niet te doen. Mijn mening is namelijk dat wanneer je goed bent, de mensen toch wel komen. Een eigen zaak hebben in een klein dorpje was dus juist nog meer een uitdaging voor mij. Ik wilde laten zien dat je als bakker ook in een klein dorp als Clinge succesvol kunt zijn. Ik houd er niet van om op te scheppen, maar ik denk dat die doelstelling aardig gelukt is. Ik ben ieder jaar, inclusief de prijsstijgingen, sinds ik eigenaar ben 10 procent gegroeid. Mond-tot-mondreclame werkt ook prima natuurlijk. Het is vooral een kwestie van logisch nadenken. Het geheim van het succes is denk ik dat ik altijd kijk uit het oogpunt van de klant. Mijn eigen belang is niet het belangrijkste. Het gaat er om dat de klant tevreden is en als dat zo is, komt die terug en komt mijn eigen belang vanzelf wel.

Assortiment
Je moet jezelf aanpassen aan de klanten. Zeker als je in een klein dorp zit als Clinge. Het is een dunbevolkt gebied, dus dan is het extra belangrijk om zoveel mogelijk klanten tevreden te stellen. Daarom lever ik ook aan slagers en supermarkten in dorpen rondom Clinge waar geen bakker meer zit. Ik zie dat als service voor de klant zodat ze niet voor een brood kilometers hoeven te rijden. In het weekend hebben ze tijd en komen ze wel naar de winkel.
Ik ben ook van mening als je in een dunbevolkt gebeid zit, je een zo groot mogelijk assortiment moet voeren. Dat heeft natuurlijk ook z’n nadelen, want hoe groter je assortiment hoe beter je moet nadenken over efficiënt werken. Ik had vorig jaar een collega-bakker op bezoek en die zei tegen mij ‘volgens mij werk je zo omdat je te lui bent om te werken’. En dat is misschien ook wel zo, want ik ben constant bezig hoe ik in minder uren kan produceren zonder  de kwaliteit en de verkoopprijs aan te tasten. Sinds zes jaar werk ik alleen nog maar via de vriezer. Alles gaat via de vriezer of remrijskast behalve het slagroomgebak. Dat is niet gemakkelijk. Ik heb ook jaren geoefend. Als het gaat om brood bijvoorbeeld staan er drie degen per dag. Op vrijdag en zaterdag zijn dat er vier. Doordat ik vier apart gestuurde remrijskasten heb, ben ik heel flexibel. Ik werk alleen met grote charges. De minst grote charge is 26 kilo bloem. Gemiddeld zijn de charges 50 kilo. Voor banket hanteer ik dezelfde werkwijze. De ene week maken we alleen maar bavarois en de andere week crèmegebak. Ik ben zes jaar geleden begonnen met deze werkwijze omdat het te druk werd in de bakkerij. Het werd zo druk dat ik 70 uur per week in de productie stond en dat wilde ik niet. Ik heb toen ook mijn bakkerij uitgebreid en ondermeer geïnvesteerd in remrijskasten en vriesruimte. Met de huidige capaciteit kan ik met grootbrood acht weken overbruggen in de vriezer. Alles via de vriezer verwerken is niet zoals de meeste bakkers werken. Iedereen moet ook die methode kiezen die het beste is voor zijn bedrijf, maar ik denk als je in een kleine plaats zit of met een dergelijke omzet, je niet zonder kunt.

Personeel
Bang dat deze werkwijze saai wordt voor het personeel ben ik niet. Ik vind het belangrijk dat het personeel zelfstandig werkt. Ze krijgen veel vrijheid, ze moeten zelf kunnen opereren. Ik heb namelijk niet gestudeerd voor kleuterleider. Ik zit ze niet op de lip. Het is een kwestie van goed inschatten wat iemand kan en niet kan. Het is ook belangrijk normaal te doen, duidelijkheid te scheppen en niet te schelden als iets niet gaat zoals je het wilt. Wij zijn allemaal mensen dus behandel je ze ook zo. Daarnaast houd ik een keer per jaar een personeelsdag met partners. Dat vind ik belangrijk, want op die manier leer je de medewerkers op een andere manier kennen. Dat schept een band. En deze werkwijze werkt prima want de medewerkers werken al lang bij me. De broodbakker bijvoorbeeld al zestien jaar en de banketbakker vijftien.

Marketing
Waar ik altijd aan mee doe is Het Nationaal Schoolontbijt. Dat is een fantastisch marketinginitiatief. Je krijgt media-aandacht en er wordt overal thuis over je gesproken. Ik lever aan de hele regio binnen een straal van 8 kilometer. Dat zijn negen scholen.
Media-aandacht is belangrijk. Je moet als bedrijf ook af en toe in de media verschijnen bijvoorbeeld door middel van wedstrijden waar je aan mee doet of sponsorschap van een evenement. Maar ook hier houd ik rekening met de klant. Ik probeer niet al te blufferig over te komen, want daar houden de mensen hier niet van. Daarnaast kies ik mijn momenten uit wanneer ik de krant benader om de kracht te behouden. Mijn marketing doe ik vooral via plaatselijke evenementen. Als er iets in het dorp wordt georganiseerd doe ik mee. Ik ben niet de aanjager, want als je je kop boven het maaiveld uitsteekt in Clinge, wordt die er af gemaaid. Ik heb dat een keer meegemaakt en dat wil ik niet meer, want dat is niet goed voor het bedrijf. Dat is soms lastig, omdat ik meer wil. Maar dat kan niet en dus moet je dat accepteren.

Toekomst
Zondagsopening is echter geen probleem hier. Ik mag dat omdat we dicht bij de Belgische grens zitten. Ik ben al zestien jaar iedere zondagochtend open en het is na de zaterdag de beste dag van de week in vier uur tijd. Uit ondernemersoogpunt snap ik dan ook niet waarom niet meer bakkers op zondag open zijn. Wij zijn zeven dagen per week open. Alleen op donderdag- en zondagmiddag zijn we dicht. Ik vind dat de klant geen agenda nodig moet hebben om bij te houden welke winkel open is. Sluiten op maandag of dinsdag is dan ook geen optie. Als je alleen open wilt zijn wanneer het druk is, kun je iedere middag sluiten. Een extra filiaal is nu eveneens niet aan de orde. Een tweede winkel betekent niet dat het altijd leuker wordt, maar je kunt je visie altijd bijstellen. Wat betreft mijn toekomstbeeld: Ik heb niet een visie waar ik over tien jaar moet staan met het bedrijf. Wel wil ik nog een keer de Bakkerij van het Jaar winnen, omdat ik dan kan laten zien dat een bakkerij ook in een klein dorp kan. Wat betreft de bakkerijsector in het algemeen denk ik dat de toekomst minder rooskleurig is. Ik denk dat over tien jaar nog maar drie bedrijven over zijn in Zeeuws Vlaanderen en in Nederland nog maar de helft. Ik meen dat de NBOV daar nog veel aan kan doen door persoonlijke adviseurs aan te trekken. Nu moet de bakker de antwoorden op zijn vragen zelf opzoeken en dat is een drempel voor velen. Maar ik weet niet of de bakkerijen te redden zijn en of we alles moeten willen redden.

 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels