artikel

Voorlopige aanslagen en heffingsrente

Dossiers

De Belastingdienst brengt bij het opleggen van aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting heffingsrente in rekening. Deze rente loopt vanaf halverwege het belastingjaar.

Voorlopige aanslagen en heffingsrente

De Belastingdienst brengt bij het opleggen van aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting heffingsrente in rekening. Deze rente loopt vanaf halverwege het belastingjaar.

Als u bijvoorbeeld op 1 oktober 2008 een aanslag inkomstenbelasting krijgt voor het jaar 2007, dan moet u heffingsrente betalen voor de periode 1 juli 2007 tot en met 1 oktober 2008. Krijgt u juist belasting terug, dan zal de Belastingdienst u heffingsrente vergoeden. Het percentage heffingsrente wordt elk kwartaal opnieuw vastgesteld en bedraagt in het vierde kwartaal 2008 5,45 procent.
Door tijdig een juiste voorlopige aanslag aan te vragen, kunt u heffingsrente besparen, maar soms ook de heffing van belasting zelf. Als u spaartegoeden heeft in box 3, maar ook een belastingschuld, dan moet u namelijk box 3 heffing betalen over de spaartegoeden, zonder dat u de belastingschuld daarop in mindering mag brengen. Betaalt u voor 31 december de belastingschuld, dan vermindert dit uw spaartegoeden. De rendementsgrondslag waarover uw box 3 heffing wordt berekend, is dan ook lager.
Betalen van belasting werkt alleen als de Belastingdienst al een (voorlopige) aanslag aan u heeft opgelegd. Heeft u vóór 1 oktober schriftelijk verzocht om een voorlopige aanslag en de Belastingdienst legt deze niet tijdig op, dan mag u echter toch rekening houden met de belastingschuld.
Er bestaat de laatste tijd de nodige commotie over het feit dat de belastingdienst te weinig heffingsrente vergoedt. Als er een voorlopige aanslag is opgelegd die te hoog is geweest, kan de Belastingdienst namelijk twee dingen doen:
– alleen een nadere voorlopige aanslag opleggen, tot een negatief bedrag.
– de eerste voorlopige aanslag ‘ambtshalve’ verminderen.
In de praktijk blijkt de Belastingdienst standaard te kiezen voor een ambtshalve vermindering.
Bij het opleggen van een nadere voorlopige aanslag krijgt u heffingsrente vergoed vanaf 1 juli van het belastingjaar. Bij een ambtshalve vermindering krijgt u geen heffingsrente vergoed, maar invorderingsrente. Deze rente is weliswaar hetzelfde percentage als de heffingsrente, maar wordt pas berekend vanaf 1 januari. Per saldo loopt u dan een half jaar heffingsrente mis. De rechtbank in Breda heeft inmiddels beslist dat deze werkwijze niet is toegestaan, omdat dit de belastingplichtige benadeelt. Het is nog niet bekend hoe de Belastingdienst in de toekomst met dit standpunt zal omgaan; de kans is groot dat de Belastingdienst deze procedure tot aan de Hoge Raad zal voeren. In de tussentijd doet u er goed aan bezwaar aan te tekenen, als u bij een ambtshalve vermindering te weinig heffingsrente krijgt vergoed.

Drs. P.H. Eenhoorn
BDO CampsObers Belastingadviseurs

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels