artikel

‘Het productschap moet zich iedere dag bewijzen

Dossiers

Theo Meijer is sinds 2003 voorzitter van het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten. Meer samenwerking tussen ambacht en industrie is een van zijn speerpunten; het komende Nationaal Bakkerij Gala is daar een voorbeeld van. Ook SpecsPlaza en het Convenant Stofallergie gaan hem aan het hart. Bakkerswereld in gesprek met Meijer over deze onderwerpen én het nut van het productschap.

‘Het productschap moet zich iedere dag bewijzen

Theo Meijer is sinds 2003 voorzitter van het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten. Meer samenwerking tussen ambacht en industrie is een van zijn speerpunten; het komende Nationaal Bakkerij Gala is daar een voorbeeld van. Ook SpecsPlaza en het Convenant Stofallergie gaan hem aan het hart. Bakkerswereld in gesprek met Meijer over deze onderwerpen én het nut van het productschap.

 
U bent nu drie jaar voorzitter van het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten. Kunt u uitleggen wat het belang is van het productschap voor de bakker?
‘Wat je privaat kunt regelen moet je privaat doen en dat niet overlaten aan het productschap. Wat je echter niet privaat kunt regelen, moet je door het productschap laten doen, zoals belangenbehartiging en promotie van het vak. Bijvoorbeeld het Nationaal Schoolontbijt, Voorlichtingsbureau Brood (VB), Week van het Brood en de databank. Ook de industriële bakkerijen kunnen dat niet alleen verzorgen en vinden het productschap nog steeds een platform waarin we gemeenschappelijk moeten optreden. En zolang die gedachte overheerst in de branche, hebben wij bestaansrecht. Dat recht moeten we wel iedere dag bewijzen.’
 
Wat kunnen de bakkers verwachten van het productschap?
‘Het productschap levert een positieve bijdrage om brood en banket in de breedste zin van het woord onder de aandacht te brengen bij de consument. Dat doen we door de wensen van zowel werkgevers als werknemers te behartigen, maar ook doordat we dicht bij Brussel en de Tweede Kamer zitten voor de regelgeving. Denk aan de graanhandel, prijzen en marktgegevens. Ik vind dat de bakker heel goed met onze rol omgaat, dat blijkt al wel uit de verkiezing Bakkerij van het Jaar. Deze wedstrijd geeft aan dat er iets leeft in de branche, bakkers zijn trots. Brood is natuurlijk ook een uniek product. Je ruikt het en dat zou meer onder de aandacht van de consument gebracht moeten worden. Ook het ambacht moet zijn meerwaarde aantonen, net als wij dat moeten doen. Er is veel concurrentie, maar dat is gezond; daar komen de meest ludieke ideeën uit voort. Bij iedere maaltijd is brood een onderdeel. Je ziet het overal behalve bij koks op televisie. De voedingswaarde van brood zou duidelijker naar voren moeten komen, vandaar dat we het Nationaal Bakkerij Gala in 2007 het thema ‘gezond genieten’ hebben gegeven. Brood moet ook zonder beleg goed smaken.’
‘De rol van het productschap is door middel van acties de consument hier op te wijzen, bijvoorbeeld via het VB. Ik zou op scholen meer automaten willen zien met daarin brood dat is toegespitst op de jeugd.’
 
Het takenpakket van het productschap is breed. Is het niet te breed?
‘We hebben momenteel de juiste verdeling, maar dat kan per jaar wijzigen. Dat ligt aan de dragende organisaties. Als zij willen dat we meer marktonderzoek doen of promotie van het vak dan doen we dat. De dragende organisaties bepalen de werkzaamheden naast de basiswerkzaamheden die we hebben. Ik vind het niet erg dat er kritisch wordt gekeken naar wat we doen of niet. Zo zijn we in 2004 gestopt met de regeling bedrijfsbeëindiging; in plaats daarvan stimuleren we nu starters en ondersteunen we bedrijven door middel van begeleidingstrajecten.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
U liet het woord Nationaal Bakkerij Gala net al even vallen. Wat is het?
‘Het Nationaal Bakkerij Gala is een evenement waar iedereen uit de branche zich thuis kan voelen, een ontmoetingsplaats met een show. Daarnaast is het informatief en een plek om te netwerken. Ook willen we laten zien hoe mooi je met brood en banket om kunt gaan. Het wordt een jaarlijks terugkerend evenement en als de Bakkerij Beurs wordt gehouden, doen we het gelijktijdig. Eerst moeten we bewijzen dat het evenement hoogstaand is van niveau. We willen sprekers uitnodigen die je niet zomaar krijgt. Namen kan ik nog niet noemen. Daarnaast zoeken we een ambassadeur voor het promoten van brood. Onze voorkeur gaat uit naar iemand uit de sportwereld. Wie dat zal zijn wordt dan bekendgemaakt. Een ander onderdeel is het benoemen van ‘Ridder van het jaar’. Die prijs gaat naar iemand die de branche in een bijzonder goed daglicht heeft gebracht. Ook zal tijdens het gala de verkiezing Bakkerij van het Jaar worden gehouden.’
 
Waarom is het van belang dat het gala door de hele branche wordt gedragen?
‘Het is essentieel dat beide partijen, zowel ambacht als industrie, uitstralen dat het om een gezamenlijk doel gaat. De doelstelling is voor beide partijen hetzelfde namelijk het promoten van het vak en de producten. Alleen hebben ambacht en industrie hun eigen manieren van productie en verkoop. Grondstofleveranciers mogen ook aanhaken, maar het initiatief blijft bij de overkoepelende organisaties NBOV en NVB.’
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Is het lastig om de neuzen van ambacht en industrie dezelfde kant op te laten wijzen? 
‘Het is niet altijd gemakkelijk, maar we hebben dit jaar toch een aantal grote stappen gezet om de tegenstellingen te slechten. Denk bijvoorbeeld aan het Nationaal Schoolontbijt, SpecsPlaza en het Nationaal Bakkerij Gala. Ik merk dat men steeds meer de kracht van gezamenlijk optreden ervaart zonder dat iedereen zijn identiteit kwijtraakt.’
 
In oktober is SpecsPlaza officieel gelanceerd en in januari zouden bakkers er mee kunnen werken. Hoe staat het ermee?
‘Er is een hobbel op de weg gekomen. Doel was om operationeel te zijn per 1 januari 2007, maar nu blijkt dat de systemen in de praktijk moeilijker te koppelen zijn dan verwacht. Een andere hobbel is de aanlevering van buitenlandse ingrediënten. We zijn volop bezig om deze problemen op te lossen. Het betekent wel dat SpecsPlaza per februari of maart live zal gaan. Momenteel is 25 procent operationeel. We hadden kunnen kiezen om gewoon live te gaan per januari, maar alle ingrediënten moeten in het systeem zitten wil je de bakker en de consument geven wat we hebben beloofd. Dat is mijn maatstaf. De aanlevering van ingrediënten verloopt echter prima, het is enkel een technisch probleem.’
 
Onlangs is bekend geworden dat het Convenant Stofallergie is verlengd tot 1 april, wat vindt u daarvan?
‘De verlenging is positief, omdat we nog niet tot afronden zijn gekomen en dat willen we goed doen. Goed vind ik ook dat er aandacht is gevraagd voor dit onderwerp zonder dat er een drama van is gemaakt. Je moet het onderwerp niet wegpoetsen, maar ook niet overdrijven, het is een goed project geworden. Wij als productschap onderkennen ook de financiële consequenties, want alleen met constateren en onderzoeken ben je er niet. Als mensen de dupe zijn van stofallergie dragen wij daarvoor de financiële gevolgen en daar wordt ook rekening mee gehouden in de begroting de komende jaren. Hoeveel claims we kunnen verwachten en wat voor bedragen kan ik nog niet zeggen, dat moeten we eerst goed in kaart brengen. Wij gaan begeleiden en adviseren. Als de stofconcentratie te hoog is gaan wij actief een rol spelen om de situatie te verbeteren. Preventief is het meest waardevol. Wij ondersteunen dus zowel financieel als informatief.’
 
Hoe reageert de sector op het convenant. Is u dat mee- of tegengevallen?
‘In de industriële bakkerij wordt het probleem eerder onderkend dan in het ambacht. Dat is ook uit de respons gebleken, want die lag lager bij het ambacht dan bij de industrie. Dat komt denk ik omdat het ambacht meer de mentaliteit heeft van niet zeuren maar doorwerken. De band tussen werkgever en werknemer is closer. In de industriële bakkerij is er ook meer financiële ruimte. Maar het zijn slechts vermoedens.’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels