artikel

‘De wedstrijd zet iedereen op scherp

Dossiers

Zoveel mensen, zoveel meningen. Dat geldt ook voor de wedstrijd Bakkerij van het Jaar. Bakkerswereld zet de mening van enthousiaste deelnemers tegenover de relativerende opinies van niet-deelnemers. Wat beklijft, is dat de positieve aspecten overheersen. ‘Het is een goede competitie, en wij gaan volgend jaar voor goud.

‘De wedstrijd zet iedereen op scherp

Zoveel mensen, zoveel meningen. Dat geldt ook voor de wedstrijd Bakkerij van het Jaar. Bakkerswereld zet de mening van enthousiaste deelnemers tegenover de relativerende opinies van niet-deelnemers. Wat beklijft, is dat de positieve aspecten overheersen. ‘Het is een goede competitie, en wij gaan volgend jaar voor goud.’
 

Jan Meen van Echte Bakker Jan Meen in Delden:

‘Waar ligt het zwaartepunt?’

Jan Meen is kort over het feit dat hij zijn kampioensaspiraties na het behalen van de titel Bakkerij van het Jaar in 2003 heeft opgeborgen. ‘Dat ik niet meer meedoe, en dat is dit jaar hetzelfde als de jaren ervoor, is dat ik er niet in geloof dat ze tweemaal eenzelfde kampioen aanwijzen. Wij zijn een keer kampioen geworden, klaar.’
Daarnaast is het volgens hem moeilijk in te schatten waar een kampioen aan moet voldoen. ‘Wij waren een heel specifiek bedrijf. Onze sterke punten kwamen toen groot over het voetlicht. Bij Hartog’s Volkorenbakkerij kwamen vorig jaar heel andere sterke punten naar voren. Een uniek, schitterend bedrijf, daar niet van, maar zo ziet een gemiddelde bakkerij in Nederland er niet uit. De vraag is daarom iedere keer: waar ligt het zwaartepunt?’, stelt Meen. Wat hem daarnaast opvalt, is de voorspelbaarheid van de wedstrijd en de teruglopende deelname. ‘Het aantal aanmeldingen daalt. Toen ik kampioen werd, deden er nog meer dan honderd zaken mee, dit jaar nog maar 51. Overigens wel allemaal bedrijven die hoge ogen gooien, maar ik kan nu de nummer een van volgend jaar al uittekenen. Wie? De nummer twee van dit jaar, want zo is het vrijwel alle jaren nog gelopen. Maar toch zeg ik tegen alle bakkers: doe mee. Een goedkoper rapport met aanbevelingen kun je niet krijgen.’
Wat Meen de organisatoren zou willen meegeven, is om diverse bakkerijleveranciers erbij te betrekken. ‘Laat hen bakkerijen aanleveren die meedoen. Zij kunnen ermee pronken en de bakkers zijn gevleid dat ze gevraagd worden.’

Willem Diertens van Echte Bakker de Korenaar in Surhuisterveen:

‘Wedstrijd brengt saamhorigheid’

Willem Diertens (vijfde in 2007) kijkt met veel plezier terug op de wedstrijd Bakkerij van het Jaar. ‘Het brengt stress met zich mee, maar ook saamhorigheid. Bij de mystery shopper scoren we 95 procent. Dat is een enorme pluim voor de winkeldames: mijn vrouw en dochter aangevuld met parttimers. Iedereen doet enorm z’n best, alle neuzen wijzen dezelfde kant op.’ De belangrijkste reden dat Diertens meedoet aan de wedstrijd is het genereren van naamsbekendheid. ‘Mensen vinden het toch super dat je je nek uitsteekt.’
Naast plezier heeft de wedstrijd Diertens ook ‘genoeg gebracht’, zoals hij het uitdrukt. ‘We hebben in de eerste drie maanden van het jaar 20 procent geplust ten opzichte van het jaar ervoor.’ Dat is een uitvloeisel van de verbeterde bedrijfsvoering, met het rapport van de jury van vorig jaar in de hand. ‘Vorig jaar hadden we redelijk wat minpunten, vooral uiterlijkheden, en daar hebben we hard aan gewerkt. We hebben vooruitgang geboekt. Inmiddels staat er bijna alleen maar ‘uitmuntend’ op het lijstje. Helaas hebben we, denk ik, in vergelijking met anderen op financieel gebied minder in te brengen. Onze zaak is te klein.’
Toch groeit het bedrijf fors (+ 30 procent in 2006) en is Diertens van plan € 200.000 te investeren, onder meer in uitbreiding van de bakkerij. ‘We zien nog mogelijkheden. Volgend jaar zullen we dan ook gewoon meedoen aan de wedstrijd.’ Hij hoopt dan eens nieuwe jurygezichten te zien. ‘Ik vind dat er andere mensen in het juryteam moeten komen. Nieuwe, frisse mensen.’

Marc Oonk van Banketbakkerij Gerhard Oonk in Glanerbrug:

‘Goed commercieel staartje’

‘De wedstrijd is voor ons heel belangrijk. De keuring is heel streng, en het commerciële staartje heel goed, zowel voor de genomineerden als de winnaars. Het is een gigantisch commercieel succes.’ Dat stelt Marc Oonk, tweede tijdens de Bakkerij van het Jaar-verkiezing 2007.
De eigen commerciële succescijfers: de zaak pluste tijdens de ‘aftelweken’ voorafgaand aan de wedstrijd 10 tot 12 procent, direct na de verkiezing liep de plus op naar 25 procent. ‘We hadden voor onze klanten een proostslof of een troostslof in gedachten. Het werd een proostslof.’
De inzet van een mystery shopper in de keuring was een uitstekende zet, volgens Oonk. ‘De mystery shopper kondigt zich niet aan, waardoor de winkeldames de hele periode op scherp worden gezet. De teamgeest kreeg een echte impuls. “Volgens mij heb ik hem vandaag gehad”, hoorde je dan aan het eind van de dag. Het vergrootte de betrokkenheid van het personeel.’ Ook zijn eigen scherpte nam toe. ‘Zo heb ik tussendoor nog een kozijntje geverfd, waarvan je voordien zou denken: nou, dat kan later ook nog wel een keer.’
Naast het plaatsen van de spreekwoordelijke puntjes op de i in de bedrijfsvoering fungeerde de wedstrijd voor Oonk als mooie afleidingsmanoeuvre. ‘We waren 29 januari een nieuwe broodbakkerij begonnen. De aandacht kwam nu, ook bij de klanten, meer bij de Bakkerij van het Jaar-verkiezing te liggen dan bij de gebruikelijke opstartproblemen. Die verdwenen daardoor naar de achtergrond.’
Oonk is lovend over de competitie (‘Je hebt toch een stukje eerbesef’), maar plaatst bij de uiteindelijke finaledag nog een kritische kanttekening. ‘Er is ontzettend veel aandacht voor de nummer een. De nummers twee en drie tellen niet, daar wordt geen aandacht aan besteed. Zo moesten wij zelf nog onderweg naar huis het plakkertje op de beker plakken.’ Toch is dit geen reden de wedstrijd voortaan te mijden. ‘Absoluut niet. Het is een goede competitie, en wij gaan voor goud.’

Theo Sturkenboom van Bakkerij Sturkenboom in Kortenhoef:

‘Het is prettige stress’

Hij is razend enthousiast over de mystery shopper. ‘Die heb ik ervoor gemist. Het is best belangrijk hoe een collega over je denkt, maar nog belangrijker is hoe consumenten over je denken.’ Dat zegt Theo Sturkenboom, vierde tijdens de Bakkerij van het Jaar 2007. ‘Dat we dan ook naar de volgende ronde gingen, was al bijna een hoofdprijs voor mij.’
De inzet van een mystery shopper werkte heel motiverend, merkte Sturkenboom. ‘Iedereen wilde alles lekker op orde hebben, je zet net een stapje meer. Het personeel zei regelmatig “Ik kom wel wat eerder, dan ligt het er meteen mooi bij.” Op eigen initiatief. Daaruit blijkt dat ze hart hebben voor de zaak. Nee hoor, de mystery shopper werkte niet op onze zenuwen. Het was eerder prettige stress.’
Zijn reden voor deelname? ‘Om te kijken waar je staat als bedrijf. Niet om mijn ego te strelen. Ik weet inmiddels mijn plaats’, stelt hij realistisch. De door de jury aangedragen verbeterpunten bevestigden wat hij diep in zijn hart al wist. ‘Het zijn kleine details, qua winkel, presentatie, gezicht naar buiten. Bedrijfseconomisch zit het wel goed.’
De volgende keer doet hij ‘waarschijnlijk’ wel weer mee aan de wedstrijd. ‘Om een treetje hoger te eindigen.’ Maar hij hoopt wel dat de organisatie het wedstrijdtraject inkort. ‘Het duurt nu te lang. Van oktober tot en met maart is voor de consument te lang. “Nu weten we het wel”, hoor je hen denken. Ik pleit ervoor het traject te verkorten tot twee, 2,5 maanden. Maar dat schijnt technisch moeilijk uitvoerbaar te zijn.’

Jacques Ammerlaan van Bakkerij Ammerlaan in Bleiswijk:

‘Meer over het voetlicht’

Jacques Ammerlaan steekt zijn bewondering voor winnaar Van Vessem & Le Patichou niet onder stoelen of banken. ‘Ik vind het een hele kunst dat zij met zoveel filialen hebben gewonnen. Zelf heb ik 19 winkels en heb er geen tijd voor om mee te doen. Daarnaast kost het gigantisch veel energie. Misschien dat ik er over drie jaar aan toe ben om mee te doen.’
Want de wedstrijd op zich spreekt Ammerlaan best aan. ‘Hartstikke goed. Want het kan niet genoeg benadrukt worden dat het vak over het voetlicht moet worden gebracht. Het gaat om de uitstraling van het vak. Zelf lees ik het AD, maar de dag erna lees ik niks over de Bakkerij van het Jaar-verkiezing. Dat had eigenlijk wel gemoeten. We moeten als bakkers meer naar buiten treden.’
Dat laatste is in zijn ogen een wederkerend thema. De wedstrijd Bakkerij van het Jaar moet daar ook meer aandacht aan besteden, vindt hij. ‘Bakkers zitten tussen vier muren, zijn geen mensen met flair. Als er mensen aan de verkiezing meedoen en ze komen in de publiciteit, dan moeten ze ervan bewust worden gemaakt hoe naar buiten te treden. Begeleid ze bij dat leerproces, ondersteun ze daarbij professioneel. Je mag het van mij mediatraining noemen: je begrijpt wel wat ik bedoel.’
Hoewel hij niet zelf deelneemt aan de wedstrijd, volgt hij deze wel. Het inzetten van een mystery shopper ziet hij als een verbetering. ‘Het gaat er uiteindelijk om wat de consument van ons vindt. Ik vergelijk het met de oliebollentest van het AD: wil je iemand objectief benaderen, dan is een mystery shopper een goede zet.’

Nico Jacobs van Bakkerij Jacobs in Deurne:

‘Geleerd om te relativeren’

Bakker Nico Jacobs laat de wedstrijd Bakkerij van het Jaar bewust links liggen. ‘Ik heb erg weinig tijd. Ik zit in veel onderwijscommissies zoals de Paritaire Commissie en het cluster Onderwijs van de NBOV, en het bedrijf moet ook nog gerund worden. Dan heb ik geen zin om mijn energie ook nog eens te steken in zo’n wedstrijd.’
Het zijn de praktische zaken die in zijn keuze doorslaggevend zijn, maar hij steekt niet onder stoelen of banken dat zijn aard ook een rol speelt. ‘Het zit niet in mijn aard, ik ben bescheiden. Ik weet waar mijn plaats is en doe mijn werk, het liefst op de achtergrond. De waardering krijg ik van klanten en dat is voor mij bepalend. We zijn goed bezig, presteren elke dag, de cijfers bevestigen dat.’
Zijn bescheidenheid heeft ook een zware privé-reden, geeft hij aan. Enkele jaren geleden verloor hij zijn zoon, die de bakkersopleiding volgde. ‘Dat heeft mijn relativerend zijn versterkt. Je gaat overal de betrekkelijkheid van inzien.’ En de Bakkerij van het Jaar is in zijn ogen ‘een betrekkelijk fenomeen’.
Niet dat hij – ooit Leerbedrijf van het Jaar – de competitie op zich veroordeelt. ‘De wedstrijd heeft een professionele uitstraling, verder kan ik er niet veel van zeggen. Behalve dat niveauverbetering van het ondernemerschap op zich een prima zaak is. Alleen volg ik het op gepaste afstand.’

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels