artikel

‘Plaagdierpreventie moet meer aandacht krijgen

Dossiers

Fysieke maatregelen nemen, maar ook monitoren en registrerenOngedierte is een probleem in bedrijven waar voedingsmiddelen worden geproduceerd. In de zomer is het veelal warm en te vaak worden deuren en ramen opengezet, waardoor insecten binnen kunnen komen. In de ogen van Jeroen Koole, eigenaar van plaagdierbestrijder PCF Holland, is dat de grootste fout die gemaakt kan worden. Naast insecten weten ook vogels met name in het najaar en in de winter vaak de bakkerij binnen te komen.

‘Plaagdierpreventie moet meer aandacht krijgen

Fysieke maatregelen nemen, maar ook monitoren en registreren
Ongedierte is een probleem in bedrijven waar voedingsmiddelen worden geproduceerd. In de zomer is het veelal warm en te vaak worden deuren en ramen opengezet, waardoor insecten binnen kunnen komen. In de ogen van Jeroen Koole, eigenaar van plaagdierbestrijder PCF Holland, is dat de grootste fout die gemaakt kan worden. Naast insecten weten ook vogels met name in het najaar en in de winter vaak de bakkerij binnen te komen.
 

Bakkerijen moeten op grond van de Warenwet en hygiënecodes voorkomen dat plaagdieren in aanraking komen met voedsel en daar maatregelen tegen nemen. Aan de andere kant is er wetgeving op het gebied van flora en fauna, die het nemen van maatregelen soms bemoeilijkt. Vogels kunnen met behulp van kooien worden gevangen, waarna de meeste soorten levend, maar ver weg worden losgelaten. Jeroen Koole: ‘Dat geldt niet voor de duif, want die is zo weer terug. Mussen en spreeuwen zijn beschermde diersoorten, zodat je altijd een ontheffing nodig hebt om ze te mogen vangen, verjagen of schieten. Hier is preventie zeer belangrijk, omdat het aanvragen van een ontheffing lang kan duren en je daarbij moet aantonen dat je alles hebt gedaan om het probleem te voorkomen. Alleen in het uiterste geval wordt een vogel geschoten. Maar dan moet er wel een ontheffing aanwezig zijn en moet de Flora- en faunawet het toestaan. Dat voor het schieten een geoefend schutter wordt ingeschakeld die gebruikmaakt van professionele middelen, spreekt voor zich.’
 
Schoon en kruimelvrij
‘Duiven leren zichzelf naar binnen te komen. Dat zit in hun natuur. Bijvoorbeeld tijdens het laden en lossen. Ook overkapte plekken zijn ideaal voor deze beesten’, vertelt Koole. ‘Mussen zijn nog brutaler. Die vliegen nog eerder naar binnen, bijvoorbeeld in ruimtes die worden afgeschermd door lange plastic stroken. Kauwen en spreeuwen daarentegen zijn wat banger uitgevallen. Al die beesten komen op kruimels en resten van de producten af. Het is dus zaak om niet alleen de bakkerij zelf, maar ook de omgeving zo schoon en kruimelvrij mogelijk te houden. Nadeel is ook dat uitwerpselen van de beesten op de grond belanden en door medewerkers – onder hun schoenen – mee naar binnen kunnen worden gedragen.’
 
Pennenwering en horren
Om de overlast tegen te gaan zijn diverse maatregelen mogelijk. Duiven, mussen, kauwen en eksters kunnen bijvoorbeeld worden weggevangen. Als ze geringd zijn gaan ze terug naar de eigenaar, de overige duiven komen bij de poelier terecht. Koole: ‘Dat klinkt hard, maar anders heeft ook wegvangen geen zin, want als je ze loslaat, keren ze gewoon weer terug op de plek waar je ze gevangen hebt. Ook kauwen mogen buiten worden gevangen.’ Daarnaast zijn fysieke maatregelen mogelijk. ‘Zo kan op het dak van het bedrijf een pennenwering worden aangebracht om te voorkomen dat de beesten op het randje van het dak gaan zitten en de uitwerpselen beneden terechtkomen. Ook een wering op basis van netten is mogelijk, afhankelijk van de constructie. Horren en gaaswerk zijn goede instrumenten om ongedierte buiten het pand te houden.’ Tip van Koole: ‘Vergeet niet om ook de ventilatoren en luiken – die bijvoorbeeld ‘s winters altijd dicht zijn, maar ‘s zomers opengaan – van horren of gaaswerk te voorzien.’
 
Monitoren en registreren
Knaagdieren (muizen en ratten), meelmotten, kakkerlakken, mussen, duiven en insecten. Ze komen allemaal in meer of mindere mate voor. Er zijn volgens Koole geen concrete cijfers beschikbaar hoe groot het probleem is, maar waar sprake is van voedselaanbod kan men plaagdieren verwachten. ‘Ondernemers geven natuurlijk niet graag toe dat er een besmetting is of dat ze overlast hebben gehad. Het ene moment heb je je bakkerij schoon, het andere moment kun je zo overlast hebben van sommige plaagdieren. Daarom is het belangrijk regelmatig te monitoren en te registreren. Dus te kijken waar zich mogelijk plaagdieren kunnen bevinden. Je kunt dat zelf doen, maar je kunt bijvoorbeeld ook een professionele plaagdierbestrijder inschakelen om te kijken waar de risico’s liggen en die plekken aan een onderzoek te onderwerpen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de situering van de bakkerij en de schoonmaak- en productieprocessen.’ Het bedrijf van Koole in Lelystad werkt volgens de methode van Integrated Pest Management (IPM), wat inhoudt dat bij de bestrijding verder wordt gekeken dan alleen naar de plaats waar het ongedierte zich ophoudt. ‘We onderzoeken de oorzaak van de overlast, kijken naar de wijze van voortplanting, en inspecteren het gebouw. Liggen er kruimels op de grond, zijn er openingen, ligt er water op het dak en zijn er sloten in de buurt?’
Koole: ‘Het is belangrijk om af en toe in overleg met de technische dienst of een technisch gespecialiseerd iemand inspecties uit te voeren. Je kunt dan laten weten dat je op sommige plekken in de oven of rijskast wilt kijken waar je normaliter niet bij kunt. Kakkerlakken zitten bijvoorbeeld graag op plekken waar het donker, warm en vochtig is. Je kunt er het ene moment geen last van hebben, maar een volgend moment wel als ze bijvoorbeeld via een verpakking mee naar binnen worden gebracht.’
 
Meelmot
‘Meelmot is bijna niet te voorkomen’, aldus de plaagdierbestrijder. ‘Maar het is wel zaak om de boel zo schoon mogelijk te houden en zakken goed af te sluiten. Je kunt EIV’s (Elektrische Insecten Vangers/blauwe lampen) plaatsen, maar ook werken met een feromoonval. Je kunt de beestjes zien, maar ook constateren dat ze gepoept hebben. Door het aantal gevangen insecten te determineren en te tellen kan men het verloop van de populatie monitoren en zonodig maatregelen nemen.’

 
‘Het is belangrijk regelmatig te monitoren en te registreren. Dus te kijken waar zich mogelijk plaagdieren kunnen bevinden.’
 
Aandacht
Plaagdierbestrijding moet bij veel bedrijven meer aandacht krijgen, vindt Koole. ‘Kijk alleen al naar de hele transport en logistiek. Alle bakkerijen hebben te maken met inkomende goederen en broodjes die er weer uit gaan. Dan gaat die deur toch open. Wat ga je er aan doen als er plaagdieren binnenkomen? Ook retourgoederen vormen een bron van besmetting. Kies je ervoor om de bestaande situatie in stand te houden of laat je snelloopdeuren plaatsen? Dat is in elke situatie weer verschillend, maar er moet wel aandacht voor zijn, dat is het belangrijkste.’
 
Foto’s: Roel Dijkstra

Medewerkers betrekken

Jeroen Koole vertelt dat het wezenlijk is de medewerkers bij de plaagdierbestrijding te betrekken. ‘Dat is niet altijd even makkelijk, zeker als je te maken hebt met medewerkers met diverse culturele achtergronden. Toch moet je blijven stimuleren en motiveren om zaken als bijvoorbeeld knaagschade te melden. Soms kan het motiveren van de medewerkers een taak zijn van een externe plaagdierbestrijder. Niet alleen omdat vreemde ogen dwingen, maar ook omdat zij meer kennis in huis hebben dan de functionaris bij wie de plaagdierbestrijding onderdeel is van een groter takenpakket.’ Koole wijst erop dat met name de wat grotere bakkerijen naast het feit dat ze moeten voldoen aan wet- en regelgeving, ook afhankelijk zijn van kwaliteitsstandaarden. ‘Bijvoorbeeld BRC (British Retail Consortium) en Marks & Spencer. Die schrijven voor wat wel en niet mag. Marks & Spencer is bijvoorbeeld heel strikt als het gaat om lokaas. Je mag niet met vergiftigd lokaas werken, omdat ze geen enkele risico willen lopen dat het in de producten terechtkomt. Gebruik van goede bestrijdingsmiddelen en kennis daarvan zijn heel belangrijk.’

 

Reageer op dit artikel