artikel

Fiscale bijtelling: de regels

Dossiers

De fiscale behandeling van eigenaren en berijders van bestelauto’s lijkt eindelijk in rustig vaarwater beland te zijn. De maatregelen die vorig jaar van kracht werden rond de fiscale bijtelling en de BPM lijken effect te hebben. Het ministerie van Financiën schat dat er jaarlijks minstens voor ¢ 100 miljoen minder wordt gefraudeerd.

Fiscale bijtelling: de regels

De fiscale behandeling van eigenaren en berijders van bestelauto’s lijkt eindelijk in rustig vaarwater beland te zijn. De maatregelen die vorig jaar van kracht werden rond de fiscale bijtelling en de BPM lijken effect te hebben. Het ministerie van Financiën schat dat er jaarlijks minstens voor ¢ 100 miljoen minder wordt gefraudeerd.

Tot 2004 veranderden de regels rond de fiscale bijtelling van lease-auto’s bijna jaarlijks en soms zelfs meerdere keren per jaar. Sinds dit jaar lijkt aan dat gesleutel een einde te zijn gekomen. Het enige dat nog moet worden gedaan, is een einde maken aan de voorfinanciering van de BPM op bestelauto’s. Aan dit nutteloze rondpompen van geld komt misschien begin 2007 een eind. Hoe zat het allemaal ook weer?
 
Bijtelling
• De bijtelling kent nog maar één tarief en dat is 22 procent van de cataloguswaarde. Door de dealer aangebrachte accessoires worden bij deze cataloguswaarde opgeteld.
• Bestelauto’s die zo zijn ingericht dat er alleen een bestuurder in kan, hebben geen bijtelling. De rechterstoel en de bevestigingspunten moet zijn verwijderd
• De bijtelling van personen- en bestelauto’s wordt via de werkgever verrekend. Dat leidt tot toename van de administratieve lasten voor werkgevers, maar het schept wel veel duidelijkheid. De Belastingdienst krijgt nu van werkgevers informatie over de lease-auto’s en hun berijders. Demissionair staatssecretaris van Financiën Wijn schatte eerder dit jaar dat er op deze manier een einde komt aan bijtellingsfraude (‘Vergeten de bijtelling aan te geven op het IB-formulier’) ter hoogte van ¢ 100 miljoen per jaar.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Privé-gebruik
• De oude regel dat er bij minder dan 500 kilometer privé-gebruik per jaar geen bijtelling plaatsvindt, geldt nog steeds. De bestuurder moet dit nog steeds met een sluitende kilometerregistratie kunnen aantonen. Nieuw is dat de bestuurder een verklaring aan de Belastingdienst moet geven, waarin staat dat hij minder dan 500 kilometer privé rijdt. Hierdoor wordt niet u, maar de bestuurder vervolgd als hij tóch meer privé heeft gereden.
• U kunt als werkgever de bijtelling voorkomen door uw personeel schriftelijk te verbieden (bijvoorbeeld in de arbeidsvoorwaarden) privé in het busje te rijden. U bent wel verplicht te controleren of dit verbod wordt nageleefd.
• Als er meerdere mensen in een bestelauto rijden, dan kunt u een complexe rittenadministratie afkopen voor ¢ 300,00 per busje, per jaar. Voorwaarde is dat de auto in een dag door meerdere bestuurders wordt gebruikt. Bijvoorbeeld in ploegendienst.
 
BPM grijs
• Sinds 1 juli 2005 betaalt iedereen BPM over een nieuwe bestelauto. Binnen een maand na registratie kunnen ondernemers die een BTW-nummer hebben en volgens de Wet op de Omzetbelasting actief hun bedrijf voeren, de betaalde belasting terugvorderen bij de Belastingdienst.
• Met het verzoek tot terugstorting, doet u automatisch ook het verzoek om de auto in het lagere wegenbelastingtarief te plaatsen.
• Deze ‘voorfinanciering’ zou eigenlijk per 1 juli van dit jaar verdwijnen, maar dat is niet gelukt omdat de wetswijziging en het inrichten van een controlesysteem meer tijd vergt. Het wordt nu naar alle verwachting begin 2007.
• De auto wordt vervolgens door de Belastingdienst vijf jaar lang gevolgd. Verkoopt u de auto binnen die vijf jaar, dan moet u het restant van de teruggegeven BPM alsnog voldoen. Auto’s van voor 1 juli 2005 blijven buiten deze regels.
• Koopt u een auto van een andere ondernemer, dan neemt u als het ware de BPM-verrekening over. U moet beiden bij de Belastingdienst een speciaal formulier aanvragen en invullen, waarin u verklaart dat de verantwoordelijkheid voor de eventuele rest-BPM naar de nieuwe eigenaar gaat.
• Als u de auto binnen vijf jaar aan een garage verkoopt, moet u er voor zorgen dat u naast het vrijwaringsbewijs ook een verklaring krijgt dat de koper verantwoordelijk wordt voor de rest-BPM. De garage moet overigens aan tal van eisen voldoen, maar dat is niet uw probleem.
• Na vijf jaar is de auto vrij van een eventuele naheffing van de BPM.
 
Tekst: Hans Smit, bizz

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels