De Nederlandse bakker is te afhankelijk (geworden) van de grondstoffenleverancier, hoor je vaak. Ik chargeer dat met drie opmerkingen.
1) Hij weet niet wat hij aan zijn deeg toevoegt;
2) Hij vertrouwt blindelings op zijn (hulp)grondstoffenleverancier
3) Hij innoveert niet zelf, maar wacht op ideeën van de leverancier.
Is het zó erg? Nog net niet. Maar als die bakker zich als specialist moet onderscheiden van andere broodverkooppunten, dan is het belangrijk goed na te denken waar zijn onderscheidend vermogen ligt; in vers, kwaliteit en andere producten in samenstelling, vorm en uitstraling.
Ik voeg er nog één element aan toe: bied producten aan wanneer de klant dat van de bakker verwacht. Dus op het tijdstip dat die consument dat als prettig ervaart. Anders doet een ander dat. Wees je daarvan bewust!
Het gaat om keuzes maken. Neem daarin ook de vroege ochtend én avond én de zondag(morgen) mee. Laat vooraf geen taboe rusten op welke omzetmogelijkheid dan ook, behalve daar waar zondagverkoop leidt tot sociale onrust in het eigen gezin of in de omgeving. En zo niet, dan is de vraag: wegen de kosten op tegen de inkomsten? Dus eerst kennis vergaren. Dat begint met kennis over de ingrediënten en wat die in deeg en oven doen. En de productideeën van de grondstoffabrikanten zijn vaak hartstikke goed, maar vraag je altijd af: ben ik er op mijn verkoopplek onderscheidend genoeg ermee?
Wees je als bakker bewust dat je wél afhankelijk bent. Niet van de grondstoffabrikant, maar van de klant. Neem dat in alle afwegingen mee! Gemakkelijk is het niet. Het is sneller ingetikt dan uitgevoerd. Schrale troost: het is nog nooit makkelijk geweest.
Harrie Leijten

